zondag 13 december 2015

A (wo)man with(out) a plan

En plots is het bijna een maand verder. Ik zit nog steeds in Thailand, al was dat niet het plan. Maar er zijn wel meer dingen op deze reis anders gelopen dan 'gepland'. En dat terwijl mijn plannen bij de start zelfs betrekkelijk miniem waren. De grootste verandering van mijn plannen heeft meteen ook te maken met de radiostilte van de afgelopen weken. Ik ben namelijk niet alleen verliefd geworden op Afrika, maar ook op een specifiek onderdeel van Afrika. Het is te zeggen, een tijdelijk onderdeel dat momenteel in Mexico te vinden is. En dus veranderde ik mijn plan ('ik ga Azië ontdekken') nogal drastisch in een nieuw plan ('ik ga een specifiek onderdeel van Mexico ontdekken'). Concreet vlieg ik op het einde van het jaar dus naar Mexico. 

Ik heb er lang tegen gevochten. Uiteindelijk was ik bewust alleen op reis vertrokken en had ik nog heel wat voor mezelf te ontdekken. Dus was het dan wel goed als ik halsoverkop naar de andere kant van de wereld zou vliegen? Voor iets waarvan ik, laat ons eerlijk wezen, niet eens kon zeggen hoe het af zou lopen. Alsof je dat ooit wel kan met dergelijke dingen. Na heel wat innerlijke gevechten en ook gesprekken met dat specifieke onderdeel in Mexico bedacht ik me dat ik mezelf in de eerste plaats beloofd had om dit jaar vooral te voelen en te doen wat ik echt wilde. En plots bleek de beslissing dan helemaal niet zo moeilijk. Ik wilde naar Mexico! En dus boekte ik een ticket. 

Ik heb het lang stil gehouden voor de wereld. Om verschillende redenen. Al heb ik eerder al een hint gegeven. Ik schreef namelijk al dat ik een soulmate gevonden had, dus de opmerkzame ziel onder u had misschien al iets in de smiezen. Hier en daar kreeg ik er al een vraag over die ik dan meestal met een kwinkslag ontweek. Maar uiteindelijk moest het er gewoon uit. De wereld mag het nu weten. Of alleszins een stukje ervan.

Nu begrijpt u ongetwijfeld ook beter waarom ik het zo moeilijk had om te aarden in Azië. Ik miste namelijk niet enkel Afrika... Gelukkig kwam ik na Ko Tao en het duiken Maria en Magdalena tegen. Echt waar. Niet verzonnen. Mocht Boeddha niet zo alom aanwezig geweest zijn, misschien was ik dan wel overtuigd christen geworden. Want zeg nu zelf, Maria Magdalena tegenkomen op een moment dat je je verloren voelt...
We besloten samen verder te trekken en via een omweg (Phuket), kwamen we uiteindelijk in het Noorden van Thailand terecht. De twee Duitse dames bleken het perfecte antwoord op mijn zoektocht naar iets vertrouwds in Azië. Het missen kreeg een andere, positievere vorm en ik kon hier ook weer mooie dingen zien en genieten van wat hier wel was. Thailand heeft wel degelijk meer te bieden dan enkel toeristische dingen, al moet je soms goed zoeken.
Maria vertrok weer richting huis na een week en Lena (Magdalena krijgen ze hier in Thailand niet gezegd) en ik gingen samen verder. Het is ongelofelijk om te merken hoe dicht je plots bij iemand kan komen tijdens reizen. Je bent vaak 24 uur op 24 samen en al snel krijg je het idee dat je iemand al jaren kent. Het klikte super en niet alleen bleken we beide fan van trektochten ver weg van de bewoonde wereld (en de toeristen), maar ook van de wereld en de dingen gewoon op je laten afkomen. En zo gebeurde het wel eens dat we een hele dag in een hippe (maar vooral hippie) koffiebar doorbrachten. Of ergens in slaap vielen in een zetel. Verder niets. En dat was geweldig.


Ik spreek in het verleden, want morgen vertrekt ook Lena naar huis en ben ik weer alleen. Ik ga haar missen en ook een ander gemis zal weer sterker naar boven komen. Ongetwijfeld. Maar ik heb ook geleerd dat niets doen of gewoon ergens 'zijn' meer dan voldoende is. Het is helemaal ok dat ik op een eiland wil gaan zitten en geen cultuur of tempels wil zien. Het is ook ok dat ik dat specifieke onderdeel in Mexico mis en gewoon zo goed als elke dag wil bellen. Ik heb meer vertrouwen in mezelf gekregen. En in de wereld. Ik red het wel. En binnen twee weken kan ik datzelfde specifiek onderdeel in Mexico eindelijk weer in levende lijve zien en niet meer via Skype of FaceTime.

Plannen zijn soms nodig, maar je moet ze vooral ook los kunnen laten. Want die dingen die je echt gelukkig maken, net die kan je niet plannen. En net die vind je niet op de platgetreden paden, maar wel in die kleine dwarsstraatjes met geweldige koffiebars waar je met gemak je dag kan slijten of in slaap kan vallen. Als je tenminste geen plannen had...

zondag 22 november 2015

I'll be ok. Just not today...

Vandaag exact twee jaar geleden vertrok je om nooit meer terug te komen. Ik denk dat het niet uitmaakt hoeveel jaren, hoeveel tijd er verstrijkt, sommige dingen wennen nooit. Dat tijd alle wonden heelt is onzin en volgens mij gewoon iets dat iemand ooit bedacht heeft uit schrik. Hoop doet leven. Dat dan weer wel.

Er is zoveel dat ik je nog had willen vragen of vertellen, had willen tonen. Dagelijks vraag ik me hier af wat je zou vinden van de dingen die ik hier doe. Ik betrap ik mezelf erop dat ik vaak dingen doe waarvan ik weet dat jij ze gedaan zou hebben. Of waarvan ik weet dat jij het geweldig zou gevonden hebben als ik ze deed. 
Maar de gezonde schrik die ik vroeger voor sommige dingen had, is als sneeuw voor de zon verdwenen en dat baart me soms wel wat zorgen. Mijn grenzen lijken een beetje vervaagd. En eigenlijk was dat ook bij jou het geval als ik er nu over nadenk. Maar ik ben me er bewust van en dat is al iets.

Mijn aankomst in Azië ging niet van een leien dakje. Bangkok was niet alleen een overweldigende stad, maar ze was ook zo luid en druk en vol mensen dat ik Afrika, de bush en haar inwoners nog harder miste. Alsof mijn ziel nog niet aangekomen was. En misschien was dat ook wel zo. Ik bracht dus een groot deel van mijn tijd gewoon in het hostel door binnen de veilige muren van mijn veel te grote kamer. Na vier dagen Bangkok, vertrok ik naar Ko Tao. Een eilandje dat iets minder druk en toeristisch zou zijn dan zijn grotere broers en bekend stond als duikparadijs. Dat leek me wel iets en om mijn energie en zin weer terug te vinden, schreef ik me in voor een duikcursus. Het hielp. Ik genoot van het duiken en zelfs van het huiswerk maken en studeren. Dat ging me veel beter af dan toerist spelen merkte ik. En dus plakte ik er nog een stukje cursus aan. Dat zou jij ook gedaan hebben. Want wat ben je uiteindelijk met een duikbrevet tot 18m als je ook tot 30 kan gaan? 

Je bent een beetje mee hier. Want hoewel we heel verschillend waren op een aantal vlakken, leken we wat andere dingen betreft eigenlijk net heel erg op elkaar. Voor mij was dat het meest uitgesproken in het feit dat we beide 'free birds' zijn. Dat heb ik nog nooit zo duidelijk gevoeld als nu. En een beetje dankzij jou, want jouw reacties die ik verzin in mijn hoofd maken het zoveel makkelijker om datgene te doen wat ik echt wil. Om los te laten en vrij te zijn of me vrij te voelen. En ik denk dat je trots zou zijn, lieve broer.
Het is eigenlijk gek. Ik heb je af en toe vervloekt omdat je zo uitgesproken je zin deed. Soms leek het alsof je je helemaal niets aantrok van wat anderen om je heen daarvan vonden. Maar ik bewonderde je er ook voor. Kon ik dat maar! Gewoon een klein beetje. Want hoewel het niet makkelijk was naar Lien en mama en papa toe om te vertrekken, hoorde ik telkens jouw stem in mijn hoofd: 'Leef Sofie!'

                                       

En zo zit ik vandaag in een hostel op Ko Tao. Ik heb het moeilijk, want iedereen komt samen als een soort nagedachtenis aan jou. En ik ben hier. Alleen. Het is de eerste keer dat ik het moeilijk heb met 'hier' te zijn. De eerste keer dat ik me echt alleen voel. En de oorontsteking die ik er gratis en voor niks bij kreeg na het duiken helpt niet echt. Er is een uurverschil van zes uur en twee vriendinnen gaan in mijn plaats, lezen mijn tekst voor jou voor en vertellen me midden in de nacht dat het mooi was. Ik kan amper iets zeggen. Ik heb pijn, voel me alleen en de tranen rollen over mijn wangen. Maar tegelijk voel en merk ik ook dat er mensen zijn die me echt graag zien. En dat troost. Net zoals jouw stem in mijn hoofd dat af en toe ook kan doen.

Lieve broer, er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan je denk. Zonder dat ik je mis. Zonder dat ik me vragen stel of denk hoe anders dingen geweest hadden kunnen zijn. Zonder jouw stem in mijn hoofd. En dus leef ik. Met ups en downs. Voor twee. Voor jou erbij. Want dat was wat jij voor mij was: leven in het kwadraat.

Je zus,
Sofie

dinsdag 3 november 2015

Undesirable person doing very desirable stuff...

Makkelijk was het niet, 'the bush' verlaten. En de Zuid-Afrikanen maakten het nog een klein beetje moeilijker. Het leek bijna een soort van test. Kijken of ze dat ook redt? En af en toe heb ik, eerlijk waar, naar de verborgen camera's gezocht. 

Maar laat ik bij het begin beginnen. Na mijn nachtje Maun, waar ik een beetje met mijn ziel onder mijn arm rondliep en een slaaptekort opliep dankzij de buren die Halloween vierden in ware Bollywoodstyle tot een gat in de nacht, stapte ik het vliegtuig op. Tot dan toe had ik de tranen kunnen bedwingen, maar binnenin liet ik ze de vrije loop. Ik miste de bush echt en op dat vliegtuig stappen kostte al mijn wilskracht. Klinkt cheesy, maar zo voelde het echt. 
De piloot liet weten dat ze klaar waren en even later stegen we op. Toen waren daar plots de tranen. Gek. Mijn buurvrouw dacht dat ik vliegangst had en ik liet haar maar in die waan. De rest van de vlucht was ze heel vriendelijk en af en toe zag ik haar uit mijn ooghoek een bezorgde blik opzij werpen. 
We hadden een korte tussenstop in Gaborone, wat wel grappig was. Iedereen moest uit het vliegtuig stappen, even wachten in een soort wachthal en dan op het vliegtuig richting Kaapstad en dat bleek exact hetzelfde met dezelfde stewardess die ons dus vrolijk opnieuw welkom heette. Rond half zeven landden we in Kaapstad. Het regende en stormde en de piloot liet ons geanimeerd weten dat het 13 graden was buiten. Waaat??? Daar stond ik op mijn flipflops en in T-shirt. Slik. Geen warm welkom dus. Maar als je dacht dat het daarbij bleef, dan heb je verkeerd gedacht. Ik moest nog door de douane. Ik stond wat dom te lachen (die kijken steeds zo argwanend om te zien of jij het wel echt bent op dat paspoort), wanneer hij plots zegt: 'I can't let you in mam, your visa expired. How long did you intend to stay here? I can give you 7 days at most.' Waaat??? Echt, waaaaat??? Het universum maakte het me er niet makkelijker op. Het leek alsof ze wilden dat ik gewoon terug ging. 
Ik wandelde een beetje verdwaasd verder om mijn bagage af te halen. Ik begreep er niets van, maar was zeker dat ik dit wel opgelost zou krijgen. Al snel zou echter blijken dat mijn onwankelbaar vertrouwen in mezelf echter niet voor de Zuid-Afrikanen geldt.

Ik werd opgehaald door Steve, een gids die ik in Botswana had leren kennen en die me uitgenodigd had om die avond bij zijn familie te komen eten. En dat bleek letterlijk, want ongeveer zijn voltallige familie was daar. Heel speciaal, maar ook heel fijn. Tenminste nog een stukje warm welkom in de bewoonde wereld en in Zuid-Afrika. Hij zette me later af in het hostel en ook daar voelde ik me meteen thuis. Gelukkig.

De volgende morgen besloot ik om nog even te negeren dat ik mogelijks een probleem had en ging ik de buurt wat verkennen, nieuwe kleren kopen en geld wisselen. Ik vergat echter mijn paspoort (geen geld wisselen dus) en liep verloren (heel wat buurt verkend) en dat letterlijk en figuurlijk. Ik stond liever oog in oog met een luipaard op dat moment dan daar, midden in een grootstad. Zucht.

De dag nadien zou ik, vol goede moed, mijn visumprobleem gaan oplossen met hulp van Steve die me oppikte om te gaan ontbijten. Nadien was de eerste stop 'home affaires'. Daar werden we doorgestuurd naar een ander gebouw waar ze zich bezighielden met het verlengen van visa. Klonk veelbelovend. 
We wandelden het gebouw binnen, lieten weten dat we naar de 21ste verdieping wilden en kregen doodleuk te horen dat we dan weer naar buiten moesten gaan, het hoekje om wandelen om dan hetzelfde gebouw weer binnen te wandelen. Ok. Moet lukken. Wat bleek? We kwamen gewoon in dezelfde hal uit, maar aan de andere kant van de liften!!! Dus diezelfde vrouw zat nu gewoon 20m verder! Ongelofelijk... 
Naar de 21ste verdieping waar de hoop op een oplossing al snel de grond ingeboord werd. Volgens de dame daar had ik twee opties. Of ik moest mijn ticket veranderen en 8 november het land uit zijn, of ik moest een verlenging aanvragen, maar dat zou 8 tot 10 weken duren en in die tijd mocht ik het land niet uit. Waaaat??? Een verlenging aanvragen voor 1 week duurt 8 weken??? Tuurlijk. Dat is logisch. 
Ik heb serieus naar verborgen camera's gezocht. 
'En wat gebeurt er als ik gewoon op 15 november vlieg?' vroeg ik uitdagend, terwijl ik bedacht dat ze me in het ergste geval het land uit konden zetten.
'Then you become an undesirable person for South Africa, mam, which basicly means that you can not enter the country again for the next 5 years.' Waaaat???? Misgedacht dus, het kon erger.
Mijn laatste hoop was de Belgische ambassade, maar ook die zongen hetzelfde liedje. Ik speelde even met het idee om naar Namibië of een ander buurland te vliegen of te rijden, gewoon om opnieuw binnen te kunnen, maar blijkbaar was er ook dan de mogelijkheid dat het niet zou lukken om weer binnen te raken. Zuid-Afrika wilde me niet, dat was duidelijk. Na een volle dag zoeken naar oplossingen, moest ik de handdoek in de ring gooien en mijn ticket herboeken. En dus had ik plots maar vijf dagen om in Kaapstad te spenderen. Slik.

Mijn optimistische zelf besloot dan maar dat ik er op die vijf dagen alles zou uithalen, niets zou doen 'omdat je dat toch gezien moest hebben', maar alleen die dingen doen die ik echt absoluut wilde doen. Ik wilde de Tafelberg beklimmen, met haaien gaan duiken, gaan skydiven en een daguitstap doen naar Cape Point. Ook hier liet Kaapstad me echter een beetje in de steek. 
De haaien lieten zich niet zien terwijl ik in het ijskoude water zat en amper mijn eigen tenen kon zien (en voelen). Ik zag er gelukkig wel van op het dek van de boot en wat later ook nog zeehonden en walvissen. Je hoorde me dus niet klagen. 
Bij het skydiven kreeg ik na zes uur min of meer geduldig en vooral gezond enthousiast wachten om te springen te horen dat het te donker was en we niet meer konden springen. Waaat???? Ik vreesde daar al enkele uren voor en was dat dus al gaan checken, maar diezelfde man had me op dat moment beloofd dat ik net de beste sprong zou hebben, tijdens de zonsondergang. I was a lucky girl. Jep. Ik dacht het niet dus. 
Ik was zo teleurgesteld. Het idee dat ik nu niet zou springen, terwijl ik dat beslist had, kon ik eigenlijk niet verdragen. En dus hakte ik de pijnlijke knoop door om Cape Point te cancellen.
Dat leek een beetje mijn hoofdbezigheid de afgelopen dagen. Hostels, vluchten en excursies cancellen.  Ik was dus in Cape Town en zou de grootste trekpleisters niet eens zien. Maar het was tenslotte mijn eigen reisfilosofie en dus kon ik er niet omheen.
De dag erop ging ik terug. Ik mocht als allereerste springen. Uit een mini vliegtuigje zonder deur, terwijl ik een beetje ongemakkelijk tegen de stoere borstkast van een hunk van een kerel leunde. Geen zenuwen, eerlijk waar! Of toch niet voor het springen.

Het was GE-WEL-DIG!!!! Een vrije val uit een vliegtuig gevolgd door een fantastische vlucht. Niet in woorden te vatten. En plots wist ik het. Ik zou niet voor de tick-list gaan, ik hoefde niet alles gezien te hebben of overal geweest te zijn. Voor mij gaat deze reis over ervaringen. En ook al zie ik maar een mini stukje van de wereld (en niet eens dat wat 'toeristisch gezien moet')... zolang ik die dingen doe waar ik ten volle van kan genieten, is het goed. En meer dan dat. En of dat nu een Savanna in de bush is, kijken naar de zonsondergang of uit een vliegtuig springen, er is telkens een soort overstijgend geluksgevoel dat ik gewoon veel te lang gemist heb...

zaterdag 31 oktober 2015

Bye Bye bush...

Mijn iPad laat me weten dat ik al 13 weken geen reservekopie gemaakt heb. De tijd vliegt. Morgen stap ik op het vliegtuig richting Kaapstad. Onwerkelijk idee dat ik de bush hier ga verlaten. Het is mijn wereld geweest de afgelopen maanden en ik kan me simpelweg niet meer zo goed voorstellen hoe het leven er in een stad ook weer aan toe gaat.

Het is even geleden dat ik nog schreef, maar geen nieuws is goed nieuws. In dit geval toch. Mijn stilte heeft te maken met de rust hier en in mijn hoofd. Met het vertragen. Met African time. Maar het heeft ook te maken met een recente nieuwe bezigheid.
Enkele weken geleden startte ik met schrijven voor www.mo.be. Best spannend was dat. Alle andere artikels leken me zoveel meer onderbouwd en over serieuze thema's. Wat had ik nu te vertellen over 'de wereld' en de landen die ik bezoek? Over ontwikkelingswerk, politiek of economie ofzo? Schreef ik wel goed genoeg? Ik leek uit de toon te vallen en was dus bang dat ik er niet echt zou passen. Daarom had ik er voordien ook tegen niemand iets over gezegd. Pas toen ik positieve feedback kreeg, durfde ik het zelf op Facebook delen. 
Eigenlijk grappig. Ik val al zo lang uit de toon en pas niet helemaal in het plaatje dat de maatschappij uittekende voor mij en net dat was waar mijn eerste artikel over ging. En terwijl ik daarover schrijf ben ik opnieuw bang om uit de toon te vallen. Oh de ironie!
Maar nu ben ik dus één van de wereldbloggers. En tot hiertoe lukt dat prima. Mijn allereerste artikel werd onverwacht enorm veel gelezen en gedeeld. Zoveel dat ik het niet helemaal kon vatten. En toen ook mijn tweede artikel wel ok bleek, was ik vertrokken. Weer een stapje dichter bij waar ik naartoe wil. Ik kom er wel.

De afgelopen weken is er veel gebeurd en ook weer niet. Dat heeft met het vertragen en de eenvoud van het leven hier te maken. Ik heb geleerd om stil te vallen. Om gewoon te zitten en te zijn. Ik heb geleerd om te genieten. Het 'moeten' laten vallen. 

De dagen hier in Afrika hebben een ander ritme. Als de zon opgaat, begint de dag. Niet omdat dat moet of omdat er een wekker afgaat, maar simpelweg omdat je wakker wordt. 's Middags wordt er vaak een soort siësta gedaan, maar dat vond ik dan weer niet simpel. Ofwel door de kinderen die het idee van een siësta hun leeftijd onwaardig vinden ( al vallen ze soms bijna in slaap terwijl ze rechtstaan), ofwel doordat het gewoon te warm is en mijn canvas huisje dan in een soort selfmade bakoven verandert. Want het is hier echt heet overdag. De minste inspanning doet het zweet over je gezicht lopen en het liefst van al nam ik om het uur een koude douche. Gelukkig koelt het 's nachts nog wel af en gelukkig bestaan er zwembaden, ventilators, koelkasten en ijsmachines. 

Vandaag zit ik op het terras van de River Lodge in Maun. Met een Savanna. Ik ben net met een mini vliegtuigje (een caravan zoals dat type heet) vanuit de Delta naar hier gevlogen. Een privé vlucht, want er zat niemand anders op het vliegtuig. Ik haat afscheid nemen. Deze keer was niet anders. Het ging zo snel en terwijl ik over Kwai en Moremi en de rest van de Delta vloog, besefte ik plots dat ik echt weg ging. Shit! Ik ga het zo missen daar. Alles. Machaba Camp is een beetje als een familie geworden. Ze waren er bij alle geweldige belevenissen, game-drives, sundowners, uitstapjes, maar ook op de lastige dagen. Bij een regenboog aan emoties. Het was mijn thuis voor de afgelopen drie maanden. En het leek een beetje alsof de bush zelf ook niet wilde dat ik weg ga, want mijn laatste game-drive, zonsondergang, nacht in de bush en de rit naar de airstrip waren ze er allemaal: olifanten, nijlpaarden, leeuwen, luipaarden, giraffen en al de rest. En hoe...


Terwijl de Savanna naar mijn hoofd stijgt, zakt de zon in het water. Mijn laatste zonsondergang in Botswana. Voor nu. Want op een dag sta ik hier terug. Dat weet ik zeker. Afrika zit in mijn bloed nu en ik denk niet dat ik dat ooit nog kwijt raak.

maandag 28 september 2015

A free bird

Ik vrees dat Afrika me te pakken heeft. Of is het gewoon de rust, de simpele zaken en zorgen, de kleine dingen? Dat zal ik waarschijnlijk pas weten als ik verder trek. Maar dat ik terug kom naar Afrika, dat staat als een paal boven water. Ik denk op dit moment dat het eerder een soort thuis voelen in de wereld is. In Afrika en waarschijnlijk ook ergens anders. Ik draai mee en voel een rust en een vrijheid die ik voordien, zonder me daar echt bewust van te zijn, zo erg gemist heb. Alsof ik pas hier en nu helemaal mezelf kan zijn.
En begrijp me niet verkeerd, er zijn veel mensen in België die ik doodgraag zie en die tranen of emotie teweeg brengen wanneer ik ze nu gewoon nog maar hoor of via Skype zie of zelfs maar een mail van hen lees. Maar die tranen zijn geen heimwee of verdriet. Het is eerder alsof ik hier nog beter kan voelen hoe belangrijk sommige mensen voor mij zijn. Hoe graag ik hen zie. En dat komt niet door de afstand, maar doordat ik voel hoe juist mijn beslissing om te vertrekken was. Voor mezelf. En dat voelt goed.

Ergens een tijd wonen en meedraaien is heel anders dan als toerist naar die plek reizen. De ups en downs, de verschillende kanten van mensen en van jezelf, dagen die schitteren en dagen die als lood voelen. Je hebt ze allemaal nodig om echt te voelen dat je leeft.

Er zijn de kleine dingen. Ik knipte al mijn eigen haar (heb weer een froefroe), kan een Savannah openen met een flesje water (daar werd ik echt goed in), reed met de jeep in mijn eentje (ben ik echter iets minder goed in), leerde al enorm veel over vogels (dankzij 5-jaar oude Nala), herken de meeste bushgeluiden 's nachts, leerde 3-jarige Khan 'pardon' zeggen (of iets dat er alvast op trekt), durf meestal alleen naar huis wandelen, ontdekte dat ik een zwak heb voor giraffen en rustig wordt van het lage gebrom en het gekraak en getrompetter van olifanten. Om maar enkele dingen te noemen...

Dan is er een regenboog aan emoties. Mijn broer is vaak in mijn gedachten. Wat zou hij hiervan vinden? Wat zou hij zeggen van mijn foto's? 'Graaf zusje! Wow... Jaloers!' Ik zie het hem zo zeggen. Misschien was hij wel op bezoek gekomen. Af en toe zijn er plots tranen. Dan mis ik hem. Mis ik zijn bulderende lach en typische commentaar, zijn onverwachte telefoontjes op de meest onmogelijke momenten, zijn dromen... Maar hij is mee hier. Hij zou dit geweldig hebben gevonden. Dat voel ik ook. Gelukkig.

Een paar dagen geleden ben ik voor de eerste keer echt bang geweest. Ik vertelde al dat ik het geluk had om een luipaard en haar jong te zien. Dat specifieke luipaard is hier gekend als Matsebe (door haar twee gehavende oren blijkbaar). Ze is niet meer van de jongste en had al eens lastige periodes en dan werd ze vaak rond het kamp gezien. Sowieso komt ze geregeld op bezoek. Het was vertederend om haar samen met haar jong te zien, maar plots ging het niet meer zo goed met hen. Ze heeft een tijd blijkbaar geen 'kill' gehad en was heel erg vermagerd. Bovendien heeft ze daardoor haar jong moeten achterlaten. Zo zielig en dat raakt je dan wel. Op een game-drive kwamen we haar tegen. Ze moest oude vissenkoppen eten die visarenden op de grond lieten vallen en het jagen leek maar niet te lukken. Ik had met haar te doen. We volgden haar een tijdje met enkele jeeps en uiteindelijk waren er nog twee wagens over. De onze en die van enkele vrienden. Matsebe lag tussen onze auto's in. Plots stond ze op en wandelde ze tot net naast onze wagen, naast mij, waar ze ging zitten. Op nog geen meter en ze keek naar boven de auto in. Recht in mijn ogen. Ik denk dat mijn hart toen even stopte. Haar wanhopige blik. Ze bleef zo zitten en het leek een eeuwigheid al was het waarschijnlijk maar enkele minuten of zelfs dat nog niet. Op een bepaald moment begon ze zelfs te grommen. Ik denk dat mijn benen het begeven hadden als ik toen recht had moeten staan. Ik kan het niet uitleggen in woorden, maar oog in oog staan met een wild dier is iets ongelofelijks. Al de rest valt helemaal weg. Nadien had ik een glaasje nodig om weer bij te komen.



Af en toe is er ook frustratie of teleurstelling. In mezelf en in anderen. Zo ben ik nog steeds geen krak in dingen voor mezelf vragen en dat merk ik hier en daar. In de keuken bv. moet ik steevast mijn eigen ontbijt (en dat van de kindjes) maken, terwijl ze dat voor anderen wel maken als die dat vragen. Net omdat ze natuurlijk heel goed weten dat ik het anders wel zelf zal doen. Nog werk aan de winkel voor mij dus...
En als er spanningen zijn of ruzie is tussen mensen hier, dan kan ik daar ook echt last van hebben. Zelfs (of misschien vooral) als er niets gezegd wordt, maar er vanalles in de lucht hangt. 



Maar vooral en heel vaak zit ik gewoon in de jeep naar olifanten of de zonsondergang te kijken met een Savannah in mijn hand en een lach op mijn gezicht. Dan klopt alles zo wonderlijk dat ik me oprecht gelukkig en blij voel en af en toe stiekem met mijn ogen moet knipperen.



Tot slot zijn er momenten en dingen die ik echt nooit meer zal vergeten. De dode krokodil die door het nijlpaard op de oever werd gesmakt; de impala die in het water stond met een krokodil aan haar poten, een nijlpaard wat verder en zeven wilde honden rond het water; het luipaard met haar jong en een dode impala in een boom; tussen de olifanten staan en hen zien zwemmen en spelen; een olifant die tot op een paar meter van waar je op de grond zit naar je toe komt gewandeld of een nijlpaard dat op je af komt gelopen tijdens sundowners op een game-drive. Allemaal onvergetelijk. Naast dat alles vond ik ook een soulmate, een 'brother in arms' en daar zijn er niet zoveel van. De gesprekken met hem, die korte ontmoeting heeft me nog meer gesterkt in de juistheid van mijn beslissing om erop uit te trekken. Ik voel me oprecht thuis in de wereld. Met mezelf. Ik ben gelukkig hier. A free bird... En dat is echt wat ik nu nodig heb.

maandag 14 september 2015

The real thing.

We zijn ondertussen zes weken ver en bijna in de helft van mijn Afrikaans avontuur. De tijd gaat snel en ik vraag me soms af hoeveel tijd je nodig hebt om Afrika echt beleefd te hebben. Is drie maanden dan wel genoeg? Om te voelen hoe het is om hier te leven. Welke ervaringen heb je daarvoor nodig? Is het voldoende om veel dieren te zien om echt in Afrika geweest te zijn? Moet je misschien een nacht onder de sterren geslapen hebben? Een 'kill' meemaken? Winter en zomer beleefd hebben?

De winter hier is duidelijk lang achter ons. Een lange broek is enkel nog handig om muggen op afstand te houden en mijn warme pyamabroek daar moet ik maar een andere bestemming voor vinden. Ik ben al mijn kleren momenteel al zo beu dat ik me heb voorgenomen om me in Kaapstad gewoon een nieuwe garderobe aan te schaffen. Mijn haar zou eigenlijk eens geknipt moeten worden en mijn voeten zien permanent zwart van het zand hier. Zelfs schrobben of weken helpt maar gedeeltelijk. Maar goed, olifanten of leeuwen vinden dat doorgaans allemaal niet zo erg.


Sinds gisteren kunnen we weer op game-drive. Door omstandigheden lukte dat een hele tijd niet meer, wat het toch een beetje moeilijker maakte af en toe. De dagen zijn hier soms best lang en een weekend dat bestaat hier niet. Dus als 's morgens de zon op komt, zijn daar ook Nala en Khan en dat blijft zo tot de zon alweer enkele uren onder is. En als er dan geen game-drive is, dan duurt een dag lang. Af en toe betrapte ik mezelf erop dat ik nood had aan iets anders dan kids-duty. Elcke en Shaun deden hun best om het hier en daar makkelijker en aangenamer te maken. Zo ging ik eens met Shaun op night-drive, reden we over de middag even langs enkele leeuwen die hij 's morgens op de game-drive met gasten gezien had en paste hij af en toe op Nala en Khan zodat ik even op mijn gemak kon gaan lunchen of internet checken. Ik moest er dan wel bij pakken dat het huis op stelten stond als ik terug kwam. En meestal lag Shaun dan te slapen en lagen er lege ijspapiertjes en een leeg doosje snoepjes op de grond terwijl Nala en Khan als twee engeltjes breed lachend naar mij stonden te kijken.


Game-drives, dieren tegenkomen in het kamp of terwijl ik naar huis wandel, het reilen en zeilen van een kamp, gaan zwemmen als het bijna 40 graden is met zicht op enkele olifanten, nijlpaarden, impala of kudu of in je bed liggen en naast de canvas muren van je huisje olifanten horen wandelen, eten en ja ook hun behoefte doen. Al die geweldige ervaringen vergeet ik van mijn leven niet meer. 


Een tijdje geleden tijdens een sundowner op een game-drive genoten we van een prachtige uitzicht tot er plots iets tegen mijn hoofd vloog. Impala keutels. Shaun houdt wel van een mopje. Zo legde hij al een berg kolen onder mijn stoel tijdens een diner waardoor ik amper nog op mijn stoel kon blijven zitten, zo heet was die geworden. Toen we gisteren 's avonds een auto tegen kwam die ook naar het kamp moest, maar verloren gereden was en ons dus volgde, reed hij na een tijdje plots naar links, deed al zijn lichten uit en schaterde het vervolgens uit omdat de auto nietsvermoedend rechtdoor reed. En een paar dagen terug speelde hij tijdens het diner een irritant insect achter mijn oor met een lange grasspriet wat ik pas laat doorhad, tot groot plezier van de gasten rondom ons. Shaun.
Maar de impala keutels dus. Die stak hij in zijn mond en vervolgens werd hij even een machinegeweer. Toen ik een gezicht trok, wist Elcke me te vertellen dat ik dat ook eens moest doen. Want je bent pas echt in Afrika geweest als je een impala keutel in je mond gehad hebt. Verdekke. Dat is het dus! En dus heb ik, zonder er verder over na te denken, ook maar zo'n ding in mijn mond gestoken. Het was er snel weer uit, maar ik heb wel raak geschoten. Ik ben dus echt wel in Afrika geweest.

donderdag 10 september 2015

Vallende sterren

-Dit stukje schreef ik een tijdje terug, maar werkte het nu pas af...-

Het was al donker en als ik naar boven keek, zag ik duizenden sterren. Af en toe zelfs een vallende ster. Ik zag zelfs één keer een soort meteoor (je zag echt een brandende bol en hij was groter dan de gemiddelde ster) die viel met een staart erachter die wel in brand leek te staan. Prachtig. Ik heb hier al wat 'af gewenst'.
De kok kwam het driegangendiner aankondigen met bijpassende wijnen en iedereen schoof aan. Er stonden lampjes op de lange tafel buiten en omdat het 's avonds nog best koud was, kwamen ze een schep warme kolen onder je stoel leggen. In het begin is dat wat onwennig omdat het lijkt alsof je stoel in brand gaat vliegen, maar al gauw wordt het heel aangenaam warm. Er kwam een voorgerecht en wat later mochten we aanschuiven we aan voor het hoofdgerecht. Af en toe kwam er iemand stiekem wijn of water bijvullen. In het donker rondom hoorden we allerlei bushgeluiden. Een nijlpaard, kwakende kikkers, vogels die ruziemaken en bavianen in de bomen boven de tenten.

Enige tijd geleden werd er stroomopwaarts een enorme krokodil gevonden die waarschijnlijk door een nijlpaard met een slecht humeur aan zijn eind gekomen is. Er was die avond ook veel beweging in het kamp. Een groep bavianen besloot de nacht door te brengen in de bomen van het kamp, enkele olifanten braken de boel af door bomen en takken zo te buigen om de bladeren eraf te kunnen eten tot ze kraakten of zelfs barstten. In de verte (hoewel het redelijk dicht bij het kamp blijkt) hoorden we af en toe een leeuw brullen op zoek naar compagnie. Dat was een nieuw geluid voor mij. Die middag ondekten we twee mannetjesleeuwen op een paar minuutjes van het kamp. Een jonge, sterke leeuw met mooie manen en een oudere leeuw met een een karaktervolle kop, maar hij leek wat ademhalingsmoeilijkheden te hebben en zag er verder ook niet al te gezond uit. Het was voor mij de eerste keer dat ik een leeuw zag hier.

Terwijl we wat napraatten na het diner, vroeg Shaun of ik mee op zoek wilde gaan naar de leeuw die we net hoorden brullen. Hij was in de buurt. Definitly. Carl, Holly, nog een koppel en hun zoon, Shaun en ik. Elcke zou bij de kinderen blijven. We waren nog geen 10 minuten onderweg of daar was hij al. 


Hij lag in het midden van de weg en leek niet in het minst geïntimeerd toen wij eraan kwamen rijden, ik daarentegen... Af en toe deden we al het licht uit en hoewel dat prachtig is met enkel de sterren en de geluiden van de nachtelijke bush, werd ik na een tijdje toch een beetje zenuwachtig. Lag die leeuw daar nog steeds? Of stond die nu op enkele centimeters van de auto? Het bleek steeds het eerste te zijn, maar toch... Je weet het nooit hier. En 's nachts rijden is iets heel anders dan overdag, dat werd me al snel duidelijk.
Na enkele foto's had hij genoeg van het poseren en vertrok hij. Wij gingen dan maar op zoek naar de dode krokodil, want die zou volgens Shaun zeker bezoekers lokken. Niet veel later zagen we die plots voorbij drijven. Om de één of andere reden was die blijkbaar op drift geraakt en het was dus echt toeval dat we hem zagen voorbij drijven. Shaun haastte zich verder omdat hij hoopte dat hij ergens zou aanspoelen of misschien kon hij hem zelfs wel aan land trekken. Jep, sure! In een rivier stappen waar je zo op het eerste zicht al vier nijlpaarden en dito krokodillen in ziet zwemmen. Toen we wat verder met de auto tot net aan de oever gereden waren, kwam de krokodil de hoek om gedreven. Het bleek echt een enorme krokodil, misschien wel de grootste die ik ooit zag. Iedereen helemaal opgewonden en wijzen en in overdrive tot plots een nijlpaard uit het water komt gevlogen en de krokodil op de oever smakt. Stilte. En toen kwam de overdrive in het kwadraat. What did just happen?!? Did anyone film that? Oh my God! En meer van dat. Het nijlpaard zag snel in dat hij zich had aangesteld en zijn prooi al behoorlijk dood was, dus hij droop even snel af als hij de aanval ingezet had. Ongelofelijk. De natuur op zijn best.

Toen we goed en wel hersteld waren van alle emoties, besloot Shaun om opnieuw op zoek te gaan naar de leeuw. Die hoorden we nog steeds af en toe brullen op zoek naar zijn maatje. Al snel kwamen we hem weer op het spoor. Hij was op wandel en we wandelden een stukje mee tot hij besloot dat hij er genoeg van had en een pad koos waar we met de auto niet echt konden volgen. Dan maar weer checken of de krokodil, die nu dus op de oever lag, al bezoekers had gelokt. 



Dat bleek het geval. De oude leeuw met de karaktervolle kop. Hij kon zijn fittere broer duidelijk niet volgen en besloot dan maar op de heerlijke geur van dode krokodil af te gaan. Het duurde even voor hij het karkas vond, maar toen hij dat eindelijk deed, begon hij meteen te smullen. Het zag er niet echt smakelijk uit en het rook vooral niet smakelijk, maar dat leek hem alvast niet te deren. Ik daarentegen moest echt mijn best doen om niet te kokhalzen.


Na enkele uren rondrijden en na het zakken van de adrenaline waren we allemaal doodmoe (behalve Shaun die ons dan maar watjes vindt) en besloten we huiswaarts te keren. Uiteindelijk was twee uur een mooi uur en zeker als je weet dat je ritme hier mee met de zon gaat... Om zeven uur ben je dus wakker en om half zeven 's avonds start het geeuwen. 
Terwijl ik naar huis wandelde van Shaun en Elcke's huis hoorde ik hyena's en zag ik boven mij nog steeds duizenden sterren. Af en toe viel er één. Een avond die start en eindigt met vallende sterren... What more could you wish for?



zondag 30 augustus 2015

De ark van Noah

Of het nu God (of Allah of Boeddha of weet ik wie) was of gewoon evolutie: het resultaat mag er zijn hier. In België was ik daar niet altijd zo zeker van. Ik ben heel wat tegengekomen dat je bezwaarlijk Gods werk of het toppunt van evolutie kan noemen. Niets is echter zwart-wit. Hier wordt eveneens gestolen en er zijn ook hier mensen die er genoegen in schijnen te scheppen het anderen moeilijk te maken. En dan heb ik het nog niet over ergere misdaden gehad die zich hier vooral vertalen in dieren doden en 'poaching'. De tandarts die besloot dat hij een leeuw wilde neerschieten kent ondertussen de halve wereld, maar er zijn er natuurlijk veel meer. Mensen die niet beseffen (of misschien wel en dan is het nog erger) dat er bij het neerschieten van één mannetjesleeuw gemiddeld 23 leeuwen zullen sterven. Mensen die neushoorns of olifanten afslachten voor enkel een hoorn of een slagtand en geloven dat zoiets hen van kanker of de één of andere kwaal kan redden. Als je weet dat heel wat diersoorten binnen dit en 20 jaar waarschijnlijk uitgestorven zullen zijn, dan kan je daar gewoon niet bij. Het idee dat onze kinderen niet meer zullen zien wat ik nu te zien krijg, is gewoon niet te vatten.

Maar dus, de natuur en dieren hier zijn wel degelijk het toppunt van de evolutie (of van de schepping). Elke dag en elke game-drive is, zoals ik al zei, telkens weer anders. Soms zie je het ene dier na het andere en soms zie je zo goed als niets. Geen zekerheid zoals pakweg de Beekse Bergen of de zoo. Langs de andere kant is me nu wel duidelijk dat dieren in gevangenschap zo anders zijn dan dieren in het wild. Logisch, hoe zou je zelf zijn?
Hier is het zo uitgestrekt en weids dat je dus ondanks de vele dieren er soms toch weinig ziet. Vogels en impala, die zie je overal. Ook zebra's, waterbokken en koedoe passeer je wel af en toe. En net als impala kijken die je dan aan alsof ze zich afvragen wat jij hier in godsnaam doet of soms zetten ze het gewoon plots op een lopen. Schijnbaar zonder enige aanleiding.


Buffels zijn dan weer iets zeldzamer, maar soms zie je een enkeling en af en toe een hele troep. Tot hiertoe geven die mij telkens een hele zenuwachtige en ongecoördineerde indruk. Een kudde waarbij niemand langs de buitenkant wil staan en dus is er constant beweging en geduw en stof dat opwaait. Komen niet al te intelligent over die buffels. Olifanten daarentegen zijn misschien wel de meest intelligente dieren van allemaal. Die zie je ook dagelijks wel ergens en hier en daar zie je eveneens vaak de ogen en oren van enkele nijlpaarden nieuwsgierig uit het water komen piepen. 


Een krokodil, dat is al moeilijker om te spotten en die zie je iets minder vaak. Als je er één ziet liggen ergens naast de rivier in het hoge gras dan verdwijnt die meestal meteen wanneer je er voorbij rijdt of even stopt om te kijken of een foto te trekken. 
Giraffen zijn ook nogal verlegen en krijg je zelden van heel dichtbij te zien. Jammer want ik vind giraffen geweldig. Bavianen en andere aapjes zie je soms met hun hele families zitten of de weg oversteken. Zo schattig al kunnen ze voor een kamp blijkbaar ook een plaag zijn. Tot hiertoe is het kamp hier daarvan gespaard gebleven, al komen ze wel af en toe op bezoek.


En dan zijn er de hyena's. Zij wonen in holen in de grond die ze soms blijkbaar broederlijk delen met wrattenzwijnen. Soms zie je daar dan ook baby hyena's en ik moet zeggen: die zijn bijzonder onhandig en daardoor super schattig. Ze zijn zwart en donzig en lijken wel puppy's. Ze springen op en over mama hyena, bijten in haar oren, vallen terwijl ze lopen en struikelen terwijl ze over mama klimmen. Wilde honden zijn blijkbaar heel zeldzaam, maar in dit deel (van Afrika of Botswanazie je ze wel geregeld. Meestal in groep en zij lijken het prima te vinden wanneer je hen volgt terwijl ze op jacht zijn. Het lijkt alsof ze niet eens merken dat je er ook bent. 
Verder zijn er de luipaarden en ook daar had ik al het geluk om een mama luipaard met haar baby'tje te zien. Eveneens super geweldig schattig! Een mannelijk exemplaar staat nog op mijn lijstje. 


Leeuwen hebben zich lang verborgen gehouden en volgens sommigen zijn ze saai. Meestal liggen ze te slapen en bewegen ze amper. Ook daar was het geluk aan mijn kant, want wat ik van leeuwen gezien heb, was alles behalve saai vond ik. Ik zag een prachtige mannetjesleeuw die af en toe geeuwde of brulde alsof zijn leven ervan af hing. De andere leeuw die ik zag is een pak ouder en ziet er heel wat minder gezond uit. Ik denk ook dat hij blind is of alleszins niet zo goed meer ziet. Zijn achterpoot bloedde en hij lijkt minder goed te kunnen ademen. Het heeft iets triestigs om zo een majestueus dier zo afgetakeld te zien. En te weten dat hij er mogelijks niet lang meer zal zijn. Want hier geldt de wet van de sterkste.


Maar naast al deze grootsheid kom je hier ook 100-den soorten insecten tegen. Sommige zie ik liever niet al te veel, maar deze vond ik geweldig:


Exotische dieren genoeg dat is duidelijk. En dan is het af en toe ook gewoon leuk om een oude bekende tegen te komen...


Noah en zijn ark die zijn vast en zeker hier ergens gestrand...

dinsdag 25 augustus 2015

Onbeschrijflijk

'Je weet pas wat het is als je er geweest bent.' Dat hoorde ik vaak voor ik naar Afrika kwam. Ik ging ervan uit dat mensen gewoon te lui waren om te vertellen. Of dat het zoiets was als wanneer ouders hun kinderen vragen hoe het op kamp was. Misschien overdreven ze gewoon, wilden ze mensen simpelweg nieuwsgierig maken of lokken. Of was het iets blasé. 'Echt? Nog nooit geweest? Ja... Je weet pas wat het is als je er geweest bent.' Het zou ook iets kunnen zijn zoals bij leerkrachten die hun eigen vak steeds het belangrijkste vinden.

Gisteren zat ik met één van de gasten rond het kampvuur en zij vertelde hoe haar eerste reis naar Afrika haar overtuigd had om sinds dan elk jaar terug te komen. Ze kon evenmin uitleggen waarom of wat het was, maar het was zoals als liefde op het eerste gezicht. Een oergevoel, een innerlijke herkenning of thuiskomen. Wat het ook is, ik begrijp het nu. En ik ben geneigd hetzelfde te zeggen. 'Je weet pas wat het is als je er geweest bent.' Maar dat zou te makkelijk zijn, niet? Omdat ik wel van een uitdaging hou, probeer ik voor jullie toch een beetje van 'the African Feeling' neer te pennen.


Het was er al op dag één dat gevoel. En dat had niets te maken met de luxetenten of de wijn tijdens de game-drive. Eerder met het ontbreken van al die dingen de dag voordien. Met de zanderige weggetjes, de warme zon, de verschillende landschappen, de uitgestrektheid en oneindigheid van de Savannah en natuurlijk alle majesteuze dieren die daar gewoon in rondlopen. De allereerste dieren die ik hier zag waren zebra's. Ik was zo onder de indruk van het feit dat die gewoon wat liepen te grazen en dat ik die zomaar te zien kreeg op een paar meter van de auto dat ik helemaal vergat om een foto te trekken. Ik herinner me dat ik een stijve nek had van het onophoudelijk proberen spotten van zoveel mogelijk dieren. En toen zat ik nog gewoon in een gesloten jeep met laadbak.
Niet veel later bleek dat een game-drive steeds in een open auto was. Ik herinner me dat ik dat toch spannend vond. Je komt tenslotte oog in oog te staan met dieren die je in een ogenblik zouden kunnen doden. En net dat maakt het gevoel enkel sterker. Als er plots een olifant voor je staat en zich groot maakt (alsof ze nog niet imposant en groot genoeg zijn), oren breed en slurf naar boven en dan luid trompetteren, dan maakt dat je betrekkelijk nederig. Al de rest verdwijnt dan even.


Ik wist ook dat een nijlpaard snel kon zijn en best gevaarlijk, maar dat 'weten' krijgt een hele andere betekenis als je plots een geagiteerd nijlpaard voor je krijgt. We hielden een 'Sundowner' (een stop met de jeep net voor de zon ondergaat met een drankje en een hapje) en plots komt er een nijlpaard uit het water piepen. Prachtig... Ik pak mijn camera en ook Shaun gaat all the way voor een foto. Hij gaat zelfs met zijn voeten een klein beetje in het water staan om een beter zicht te hebben. Elcke stelt voor om een foto te trekken van dat nijlpaard met mij erbij op, maar dan moet ik me wel breed maken zodat Shaun er niet mee op staat.


Goed gelukt, niet? Nog geen twee minuten later krijgt datzelfde nijlpaard het blijkbaar op zijn heupen van al die paparazzi en stuift onder luid gebrul die het water uit. En dat gaat inderdaad verschrikkelijk snel! Ik kan je verzekeren: ik ben de auto ingedoken! Adrenaline helpt je dan gelukkig een handje. Meneer nijlpaard droop al snel af toen hij geen camera's meer zag. He made his point: geen zin in foto's vandaag.

En naast dat nederige gevoel dat je krijgt bij al die prachtige en grootse dieren, is er ook gewoon de zonsondergang die je elke dag opnieuw even doet stilvallen.

 
Het simpel wandelen met de kinderen terwijl er een walkie talkie aan je broekzak bengelt en je een beetje verder takken hoort kraken en door de bomen heen een olifant of enkele wrattenzwijnen (Pumba's) ziet. Aan het kampvuur zitten en in de vlammen staren terwijl de kikkers luid kwaken en je in de verte een leeuw hoort brullen. In je bed liggen en op nog geen meter afstand olifanten horen wandelen, blaadjes horen ritselen en bomen en takken horen breken. Voor mij is het ondertussen rustgevend geworden. In het donker 's avonds plots voor een hyena staan die uit is op het speelgoed van de kinderen in de zandbak. Het 's avonds alleen naar mijn huisje wandelen met mijn petzl en soms toch stiekem een klein hartje. Want ik zweer het, alleen in het donker, oog in oog met een olifant of eender welk dier valt met niets te vergelijken. Dan is het enkel jij en dat dier. Al de rest verdwijnt. 
En dan is daar Afrika. Dat stukje dat je niet kan uitleggen. Het gevoel dat je elke avond weer krijgt terwijl de zon onder gaat of je aan het vuur zit, in je bed ligt en in slaap valt met alle geluiden van de bush rondom jou. Dan ben je exact daar waar je moet zijn. En waar dat is of hoe dat voelt, dat weet je pas als je er geweest bent...

dinsdag 18 augustus 2015

Dagelijkse kost

Het is grappig eigenlijk om zien hoe snel je aan iets went of iets als 'normaal' beschouwt. Dingen die ik me maandenlang niet kon voorstellen, zijn nu mijn 'dagelijkse kost' geworden. Laat ik jullie even meenemen in de wereld van de Afrikaanse Bush.

Hoewel ik eerder beweerde dat er geen routine bestaat hier, zijn er logischerwijs wel een aantal dingen die er elke dag zijn. Maar ze zijn elke dag een beetje anders. Bv opstaan. Een wekker heb ik hier niet nodig. Mijn huisje staat op 100m van het huisje van de familie op wiens kinderen ik hier pas. Meestal vertrekt één van hen heel vroeg (rond zes uur) en de ander blijft nog iets langer. Ik wordt meestal wakker rond een uur of zeven. Soms van de zon die opkomt, soms van het getsjirp van 100-den vogels die elkaar de loef willen afsteken of soms van eekhoorns die tikkertje spelen op mijn golfplaten-dak. Af en toe van een luid nijlpaard en soms ook doordat ik de twee bengels 100m verder hoor roepen. 'Sofieieie!!!!' Off I go! Tijd is hier dus flexibel, net als heel wat andere dingen dat zijn.
Mijn huisje!
Onze huisjes staan wat verder van het kamp. Je hebt het hoofdkamp, Machaba Camp, met de luxe tenten voor de gasten en achteraan de keuken en bureau. Je hebt een soort dorpje waar de staff woont en je hebt Little Machaba. Dat wordt ooit een tweede kamp, maar nu staan er slechts drie huisjes. Eén van de managers (de familie met de kindjes waarop ik pas), één van mij en naast mij staat een huisje waar momenteel niemand woont.

 

De meeste tijd breng ik door met de kinderen en dan vooral in Little Machaba. Soms wandelen we naar het kamp (een wandeling van nog geen tien minuutjes, maar met twee kinderen die vlinders vangen duurt dat gemiddeld een half uurtje) om iets te gaan eten, mama te gaan vertellen dat we een vogel gevangen hebben (serieus!), even te gaan zwemmen of 's avonds aan het kampvuur te gaan zitten (dat laatste is dan na de game drive als er geen gasten zijn). Want in het kamp zijn, buiten luxe tenten voor de gasten, een keuken met lekker eten en een bureau waar af en toe internet is, ook een kampvuurgrond die uitkijkt op de rivier en een zwembad dat uitkijkt op 'hippo beach'. Aan de kampvuurgrond staat een grote tent waar 's morgens ontbeten en 's middags geluncht wordt en je kan er ook in een soort lounge een boekje lezen. Er is een bar en in het midden staat een grote boom waar 's avonds lantaarns in gehangen worden. Hoe vaak ik er ook eet, het blijft prachtig. Ook het zwembad is geweldig. Een rond zwembad met een houten terras en ligzetels die in de schaduw staan van enkele bomen en parasols. Er is nergens in het kamp een omheining behalve veiligheidshalve rond de keuken. Je kan dus zwemmen en 20 meter verder nijlpaarden zien zwemmen of liggen zonnen. Ook olifanten komen er af en toe een wandelingetje doen. Aan de kampvuurgrond zie je ook vaak enorm veel dieren. En dat vond en vind ik het meest bijzondere. Je leeft letterlijk en figuurlijk tussen de dieren, want 's nachts (en soms ook overdag) wandelen ze gewoon door het kamp. Af en toe verschieten, maar enorm imponerend. 


Nala (5) en Kahn (3), de twee bengels van dienst, zijn echte bushkinderen. Ze doen niets liever dan vlinders of vogels vangen, in het zand spelen tot ze zwart zien of spelen dat ze 'leopard-cups' zijn. En dan eten ze hun appel uit een bordje op de grond of likken ze hun melk op. Als ik hen enthousiast olifanten ofzo aanwijs dan kijken ze soms even op. Nala zei een paar dagen geleden: 'Sofie, ik heb nog nooit een poes gezien.' Tja... Bushkinderen! En als ze een beetje moe zijn... dan is er altijd nog de iPad. Ze kregen dus hier en daar ook wel een stukje westen mee al gaat hun voorkeur doorgaans nog steeds uit naar slakken zoeken of baby vogeltjes vangen. Het zijn ook kindjes met eigen wil (gelukkig ben ik dat gewend), maar echt schatjes! Als iets hen niet aanstaat, dan heb je dat geweten. Maar ze komen bv. ook meteen tegen mij aangekropen als ik me 's morgens vroeg bij hen in de zetel zet of 's avonds na hun bad.

Hun ouders zijn van 's morgens tot 's avonds in de weer voor het kamp. Want ook al zijn er maximum 24 gasten, er zijn ook 40 medewerkers die aangestuurd moeten worden en bij het runnen van zo'n kamp komt heel wat bij kijken. Dat is me alvast wel duidelijk. Vaak is de enige quality time op zo'n dag tijdens de game-drive die telkens rond vier uur half vijf is. Dan ga ik mee met de familie en meestal nog één of twee medewerkers. Alle gasten hebben hun eigen gids die met hen op game drive gaat, dus op dat moment heeft even niemand hen nodig. Hoewel, af en toe moeten we vroeger terug omdat er ergens een brandje geblust moet worden. Niet letterlijk, al is dat hier net voor mijn komst wel al eens gebeurd waardoor een stuk bush afgebrand is. Het ziet nog steeds helemaal zwart (al komt er hier en daar alweer groen gras piepen) en volgens de kinderen komt dat doordat er een draak wat ziek was en heel hard moest niezen. Gelukkig is hij ondertussen beter...


Na de game-drive zet ik de kinderen in bad, zorg ik dat ze eten hebben (wordt meestal gebracht, maar soms is een boterham met choco minstens even goed) en steek ik ze in hun bed. Of één van hun ouders doet dit en ik vergezel de andere om samen met de gasten te gaan eten. Ook wel eens leuk! Lekker eten en je wordt in de watten gelegd en bediend. Eens iets anders dan de gesprekjes met de kinderen, hoe lief die ook zijn en hoe veel fantasie die ook hebben (veel!). Soms wil dat dan wel zeggen dat je pas laat in je bed ligt, want even naar huis wandelen zit er in het donker niet in. Te gevaarlijk. Je moet dus wachten tot alle gasten naar hun tent zijn gegaan om naar huis gebracht te worden.

Veel lezen of schrijven (buiten af en toe een blogberichtje) heb ik hier nog niet gedaan. De bush en zijn bewoners (en dan vooral de kleinste daarvan) eisen doorgaans te veel aandacht van me op. De dagen vliegen voorbij, net als de prachtige vogels hier (sommigen hebben echt alle kleuren van de regenboog). En hoewel dit nu mijn dagelijkse kost is... ik weet niet of je een olifant of een hyena voor je deur ooit 'normaal' zal kunnen vinden. Gelukkig maar.

zaterdag 15 augustus 2015

Een rookie in 'the bush'

Ik heb een hekel aan routine. Altijd al gehad en ik denk niet dat het ooit weg zal gaan. De dagelijkse sleur was thuis misschien wel mijn grootste vijand. Ik hou van nieuwe dingen, van uitdagingen, van afwisseling en de meest uiteenlopende ervaringen. 
En wat dat betreft zit ik hier alvast goed. Al zou je kunnen zeggen dat elke dag op game drive (safaritocht met de jeep) gaan technisch gezien ook een soort routine is. Niets is echter minder waar. Niet één game drive is hetzelfde of komt er zelfs maar in de buurt.
Ik zag al een giraf die ging drinken, een troep olifanten die de kleintjes beschermen en afschermen en van hun oren maken (letterlijk en figuurlijk) als we te dicht komen, een kudde waterbuffels (veel stof en geduw, weinig vastberadenheid of plan), een luipaard  met haar baby die zo kalm is dat je haast zou vergeten dat het een dodelijk gevaarlijk dier is, een krokodil die ligt te zonnen op de oever en het water in glijdt bij het minste geluid, nijlpaarden die boven komen piepen en met hun oren draaien of liggen slapen op 'hippo beach', gieren die een karkas gevonden hebben of wilde honden die op jacht zijn en voor de auto uitlopen. Moeilijk routine te noemen... 


Laat me een voorbeeld geven. Na die geweldige eerste dag werd ik 's morgens wakker en zag ik vanonder mijn dikke donsdekens (jep meervoud, het is hier nog steeds winter!) de zon opkomen. Hoewel de kou mij in eerste instantie in bed hield won mijn nieuwsgierigheid het uiteindelijk toch. Ik wandelde door het kamp en ontdekte zo dat de kindjes waarop ik zou gaan letten aangekomen waren.  Het begon dus 'voor echt' nu. Toen ik binnen kwam kreeg ik meteen een spontane knuffel van Nala ( de oudste van de twee met haar vijf jaar oud). Khan bleef nog even wat meer op afstand en stak trots drie vingers op. Ik kreeg een nieuw onderkomen in Little Machaba, een beetje verder van het hoofdkamp (nog geen 10 minuten tenzij je Nala en Khan mee hebt, dan is het minstens een half uur want in elke struik kan een vlinder zitten om te vangen...). Iets minder luxueus, maar voorzien van alle nodige comfort. Mijn eigen douche, lavabo en wc, een bed met een heerlijk zacht donsdeken, twee zetels en een kast. Het uitzicht van de tent mis ik wel een beetje, maar voor de rest zit ik hier prima!

Na mijn eerste dag op Nala en Khan passen vertrokken we iets na vier op game drive. We zagen zebra's, nijlpaarden, enorm veel olifanten en toen we terug kwamen, blijkt dat er net toen een luipaard met een baby luipaard en hun prooi (een waterbok) gezien was. Shaun (papa van Nala en Khan) is een 'die hard bush photographer' dus besloot hij 's avonds in het donker opnieuw op game drive te gaan op zoek naar Matsebe (om de één of andere reden kreeg dit luipaard van de plaatselijke bevolking een naam) en ik mocht mee! Samen met Carl, uncle Sidney en Ben trokken we er dus op uit. Spannend! Het is me een raadsel hoe iedereen hier de weg vind, want overal zijn kronkelweggetjes en hoewel sommige stukken er helemaal anders uitzien dan andere, lijkt alles hier toch ook hetzelfde. En 's nachts de weg vinden, lijkt me helemaal onmogelijk.
Na een kwartiertje rijden kwamen we aan een grote boom en daar lag ze. Onderaan de boom op de grond. Toen we kwamen aanrijden, keek ze even loom op en ging meteen weer slapen. 'Oh het zijn jullie maar...', leek het wel. Haar kleintje lag ergens hoog in de boom op een tak en aan de andere kant hing een dode waterbok over een tak. Hun maaltijd, veilig in de boom zodat niemand erbij kon. In de verte hoorden we hyena's roepen. Een ongelofelijk geheel...


Ik was echter nog niet echt aangepast aan het leven hier en alles wat daarbij komt en dus had ik natuurlijk de verkeerde lens bij. Maar geef toe, voor een rookie én een foute lens toch niet al te slechte foto's hé?

Om een uur of acht 's avonds waren we vertrokken en een paar uur later was ik bek af en verkleumd. Ik was me er toen nog niet ten volle van bewust, maar als ik zeg dat Shaun een 'die hard bush photographer' is dan mag je dat letterlijk nemen. Om twee uur 's nachts lag ik in mijn bed. We hadden dus zes uur luipaarden gespot. Zes uur! Met ijskoude voeten, doodmoe maar ook helemaal tevreden ben ik meteen in slaap gevallen toen mijn hoofd het kopkussen raakte. Routine, dat kennen ze hier niet in de bush. Ideaal!

vrijdag 7 augustus 2015

Eerste keren...

Ik ga thuis veel eerste keren missen. Lola's eerste echte woordjes (buiten mama, papa en 'meh' = melk). Bo's eerste keer naar de 'grote school'. De eerste keer dat Fil en Senna niet meer samen in de klas zullen zitten. Mijn zus die misschien voor de klas zal staan voor de eerste keer. Ja, ik ga heel wat missen.

Maar eerlijk is eerlijk. Ik ga ook zoveel dingen niet missen. Werken, dagelijkse sleur, koude, grijze regendagen en kapotte sifons om maar enkele dingen te noemen. 

En ik ga zelf zoveel eerste keren ervaren. Hoog in de lucht een blogbericht schrijven bijvoorbeeld. A first! Mijn eerste stap op Afrikaanse bodem (ik tel Egypte en Tunesië even niet mee) een feit. Ik at voor het eerst een pizza op bed in een hotelkamer terwijl ik buiten in de schemer nog net het silhouet van enkele antilopen en een struisvogel kon ontwaren. De eerste Afrikaanse winternacht overleefde ik met twee warmwaterkruiken onder de dekens. Ik at voor het eerste een vliegtuigmaaltijd die me echt smaakte. En ik werd welkom geheten door een gezellige stewardess die mijn trui (een simpele fleece) prachtig vond maar vooral zelf maatje 50 ofzo had. Nooit eerder gezien! Ik kreeg ook mijn eerste visitekaartje voor als ik in de problemen zou raken van een complete vreemde waar ik mee aan de praat raakte op het vliegtuig. En ik werd voor de eerste keer opgewacht op een vlieghaven door iemand met een blad waar mijn naam op stond. 


En dat was nog maar het begin. De eerste 'onderweg-dagen'.

Maar eerlijk is eerlijk, ik kreeg ook reeds mijn eerste kleine teleurstelling te verwerken toen ik in Maun aankwam. Ik zou pas de dag nadien vertrekken richting Machaba Camp en ik werd in een backpackershostel gedropt nadat ik in de supermarkt wat eten was gaan inslagen. Er was daar namelijk geen restaurant ofzo noch een keuken waar je zelf kon koken. Ook geen internet of mooi uitzicht met een hangmat ofzo. Gewoon een kamertje. 
Dus die avond zat ik in dat klein kamertje aan een klein bureautje voor een kleine spiegel en at ik brood, komkommer en tomaat. In het donker trouwens want de electriciteit was uitgevallen. Ik ging vroeg slapen omdat er toch niet zo heel veel anders te doen was en in het midden van de nacht werd ik plots wakker omdat de grote ventilator aan het plafond begon te draaien en het licht aan sprong. 's Morgens was het mijn verjaardag. Ik had een extra muffin gekocht als verjaardagstaartje en het kaarsje verzon ik er zelf bij. Dat werd dus mijn ontbijt. Nadien stond ik, zoals afgesproken, om 9u te wachten op de auto die me zou komen oppikken. Ik leerde toen wat 'african time' betekent. 


Drie uur later zat ik in de jeep richting Machaba Camp en zag ik huisjes waar de muren gebouwd waren van cola blikjes en flesjes, koeien en ezels die eten zochten tussen het vuilnis en achteloos de straat op wandelden en mensen die zwaaiden naar ons. Het werd alleen maar beter, want toen we het laatste dorpje achter ons lieten en de bush in reden zag ik zebra's, giraffen, olifanten, een arend, impala's en nijlpaarden. En dat was enkel de rit naar het camp! Zoveel eerste keren.


Aangekomen bleek dat de familie waarbij ik zou gaan helpen met de kindjes er nog niet waren en dus kreeg ik een luxe tent zodat ik niet alleen in Little Machaba moest slapen. Je hoort me niet klagen! Na een zalige douche (in het donker de avond voordien zag ik dat niet zo zitten) wandel ik door de tent terwijl ik mijn haren droog en wat zie ik buiten? Twee nijlpaarden die een badje pakken net voor mijn tent. Ongelofelijk. And a first for sure! 


Wat later wandel ik door het kamp en aan de bar en de eetplaats is er zicht op de river Kwai en zie ik olifanten en nog meer nijlpaarden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Wat ik wil drinken tijdens de game drive? Euhm? Zeg maar iets, alles is er. 
Dus even later zit ik in een open jeep met een glas wijn (dat ik probeer recht te houden al rijdend door de bush) en verbaas ik mij over zoveel dieren. Apen, olifanten, een giraf die gaat drinken en daarvoor zijn poten mijlenver uit elkaar moet zetten. Nog nooit gezien...
En alsof dat nog niet genoeg is, mag ik 's avonds mee aanschuiven aan de gastentafel en krijg ik een geweldige driegangenmaaltijd geserveerd met bijpassende wijn. 
Na nog wat babbelen hier en daar krijg ik een warmwaterkruik mee naar bed en escorteert iemand me naar mijn tent. Ik vond dat wat overbodig (zover was mijn tent niet), maar toen er 30 sec later een enorme olifant de ingang van mijn tent blokkeerde was ik toch blij dat ik daar niet alleen stond met mijn petzl. 

Mijn verjaardag die begon met een cupcake en een ingebeeld kaarsje in een kamertje met stroompanne eindigde met versgemaakte apple crumble en een donzen bed in een luxe tent met op de achtergrond de geluiden van de bush. 
Eerlijk is eerlijk, al die eerste keren: ik had de beste verjaardag ooit! 

maandag 1 juni 2015

De relativiteitstheorie

Nog twee maand. Op de kop. Tijd is relatief, want als ik 'nog twee volle maanden' zeg, dan klinkt dat nog meer dan lang genoeg . Massa's tijd om voor te bereiden, afscheid te nemen en leuke dingen te doen. Veel te ver om al af te tellen. Langs de andere kant klinkt 'nog maar twee maandjes' alsof ik dat alles al lopend en onder serieuze tijdsdruk zal moeten gedaan krijgen. Zweten en toch bijna tijd voor paniek!

En die twee kanten wisselen zich soms af met de snelheid van het licht. Wanneer er bij wijze van voorbeeld even teveel vragen komen waar ik (nog) geen antwoord op weet, dan lijkt de tijd plots immens te krimpen. Soms gaat dat echter ook zonder aanwijsbare reden. Dan sta ik op met de illusie dat ik nog zeeën van tijd heb om even later de dokter te bellen en een afspraak voor inentingen vast te leggen. Diezelfde dag nog, want ik ben bijna weg!

Overal liggen to-do lijstjes met de meest uiteenlopende opdrachten. Dat gaat van het uitmesten van de kelder en een rommelmarkt plannen tot het aankopen van reisliteratuur, wereldstekkers en een speciale toiletzak die je op kan hangen. Ik moet nog een resem inentingen krijgen, een check-up bij de tandarts vastleggen, een volmacht voor de post gaan halen, met ambassades bellen, mijn appartement 'verhuurklaar' maken. Serieus, het lijkt wel alsof er dagelijks meer to do's bij komen dan dat er verdwijnen!

Niet alleen de tijd tot mijn vertrek is relatief, ook de tijd van de trip zelf. Een jaar lijkt een eeuwigheid. Ga ik dat wel trekken zo lang? Ga ik alles en iedereen niet vreselijk missen? Maar als ik dan begin in te vullen: drie maand Botswana, paar weken Zuid-Afrika, Thailand,... dan is het plots veel te kort! Er is zoveel dat ik wil zien en waar ik naartoe wil. Tibet staat op mijn lijstje, Vietnam, Myanmar, Indonesië, Cambodja, enz. Maar eigenlijk wil ook graag naar Panama, Costa Rica, Peru en Bolivia. Of naar Nieuw-Zeeland. En daar op een paardenranch gaan werken. Zoveel dromen. Die krijg ik nooit allemaal in een jaartje gepropt!

Maar misschien moet ik mindfulnessgewijs maar gewoon terug naar nu gaan. Naar de vorming die ik morgen moet geven. Of mijn eindwerk dat ik volgende week nog officieel moet voorstellen. Naar de les schrijven donderdag en het weekendje Ardennen de dag nadien.

En wat de trip betreft. Als ik nu daar ook gewoon eens begin bij het begin?  Dan is er eerst dit:


Machaba Camp in Botswana. Ik trek naar de prachtige Okavango Delta. Naar natuur met een grote N. Ik ga olifanten, nijlpaarden en giraffen zien. Ik ga foto's trekken die zo uit een boekje komen en dat heeft dan meer te maken met het prachtige Afrika dan met mijn fotokunsten (al heb ik die zoals gezegd wel bijgeschaafd!). Misschien ga ik ook wel een slang of een schorpioen in mijn bed vinden (of ik dat nu vreselijk spannend vind of net toch een beetje eng, daar ben ik nog niet uit). Ik ga dingen zien die ik in mijn hele 34-jarige leven lang nog nooit gezien heb. Ik ga drie maand meeleven met een familie 'in the bush' in Afrika. Ik ga genieten. Zo enorm hard genieten. Eigenlijk doe ik dat nu al. Gewoon door er aan te denken en weg te dromen bij de foto's.





Want zeg nu zelf? Wie droomt hier nu niet bij weg? Tijd is relatief. Dromen, reizen en het leven in the bush zijn dat allerminst. Was het al maar twee maand verder.