zondag 13 december 2015

A (wo)man with(out) a plan

En plots is het bijna een maand verder. Ik zit nog steeds in Thailand, al was dat niet het plan. Maar er zijn wel meer dingen op deze reis anders gelopen dan 'gepland'. En dat terwijl mijn plannen bij de start zelfs betrekkelijk miniem waren. De grootste verandering van mijn plannen heeft meteen ook te maken met de radiostilte van de afgelopen weken. Ik ben namelijk niet alleen verliefd geworden op Afrika, maar ook op een specifiek onderdeel van Afrika. Het is te zeggen, een tijdelijk onderdeel dat momenteel in Mexico te vinden is. En dus veranderde ik mijn plan ('ik ga Azië ontdekken') nogal drastisch in een nieuw plan ('ik ga een specifiek onderdeel van Mexico ontdekken'). Concreet vlieg ik op het einde van het jaar dus naar Mexico. 

Ik heb er lang tegen gevochten. Uiteindelijk was ik bewust alleen op reis vertrokken en had ik nog heel wat voor mezelf te ontdekken. Dus was het dan wel goed als ik halsoverkop naar de andere kant van de wereld zou vliegen? Voor iets waarvan ik, laat ons eerlijk wezen, niet eens kon zeggen hoe het af zou lopen. Alsof je dat ooit wel kan met dergelijke dingen. Na heel wat innerlijke gevechten en ook gesprekken met dat specifieke onderdeel in Mexico bedacht ik me dat ik mezelf in de eerste plaats beloofd had om dit jaar vooral te voelen en te doen wat ik echt wilde. En plots bleek de beslissing dan helemaal niet zo moeilijk. Ik wilde naar Mexico! En dus boekte ik een ticket. 

Ik heb het lang stil gehouden voor de wereld. Om verschillende redenen. Al heb ik eerder al een hint gegeven. Ik schreef namelijk al dat ik een soulmate gevonden had, dus de opmerkzame ziel onder u had misschien al iets in de smiezen. Hier en daar kreeg ik er al een vraag over die ik dan meestal met een kwinkslag ontweek. Maar uiteindelijk moest het er gewoon uit. De wereld mag het nu weten. Of alleszins een stukje ervan.

Nu begrijpt u ongetwijfeld ook beter waarom ik het zo moeilijk had om te aarden in Azië. Ik miste namelijk niet enkel Afrika... Gelukkig kwam ik na Ko Tao en het duiken Maria en Magdalena tegen. Echt waar. Niet verzonnen. Mocht Boeddha niet zo alom aanwezig geweest zijn, misschien was ik dan wel overtuigd christen geworden. Want zeg nu zelf, Maria Magdalena tegenkomen op een moment dat je je verloren voelt...
We besloten samen verder te trekken en via een omweg (Phuket), kwamen we uiteindelijk in het Noorden van Thailand terecht. De twee Duitse dames bleken het perfecte antwoord op mijn zoektocht naar iets vertrouwds in Azië. Het missen kreeg een andere, positievere vorm en ik kon hier ook weer mooie dingen zien en genieten van wat hier wel was. Thailand heeft wel degelijk meer te bieden dan enkel toeristische dingen, al moet je soms goed zoeken.
Maria vertrok weer richting huis na een week en Lena (Magdalena krijgen ze hier in Thailand niet gezegd) en ik gingen samen verder. Het is ongelofelijk om te merken hoe dicht je plots bij iemand kan komen tijdens reizen. Je bent vaak 24 uur op 24 samen en al snel krijg je het idee dat je iemand al jaren kent. Het klikte super en niet alleen bleken we beide fan van trektochten ver weg van de bewoonde wereld (en de toeristen), maar ook van de wereld en de dingen gewoon op je laten afkomen. En zo gebeurde het wel eens dat we een hele dag in een hippe (maar vooral hippie) koffiebar doorbrachten. Of ergens in slaap vielen in een zetel. Verder niets. En dat was geweldig.


Ik spreek in het verleden, want morgen vertrekt ook Lena naar huis en ben ik weer alleen. Ik ga haar missen en ook een ander gemis zal weer sterker naar boven komen. Ongetwijfeld. Maar ik heb ook geleerd dat niets doen of gewoon ergens 'zijn' meer dan voldoende is. Het is helemaal ok dat ik op een eiland wil gaan zitten en geen cultuur of tempels wil zien. Het is ook ok dat ik dat specifieke onderdeel in Mexico mis en gewoon zo goed als elke dag wil bellen. Ik heb meer vertrouwen in mezelf gekregen. En in de wereld. Ik red het wel. En binnen twee weken kan ik datzelfde specifiek onderdeel in Mexico eindelijk weer in levende lijve zien en niet meer via Skype of FaceTime.

Plannen zijn soms nodig, maar je moet ze vooral ook los kunnen laten. Want die dingen die je echt gelukkig maken, net die kan je niet plannen. En net die vind je niet op de platgetreden paden, maar wel in die kleine dwarsstraatjes met geweldige koffiebars waar je met gemak je dag kan slijten of in slaap kan vallen. Als je tenminste geen plannen had...

zondag 22 november 2015

I'll be ok. Just not today...

Vandaag exact twee jaar geleden vertrok je om nooit meer terug te komen. Ik denk dat het niet uitmaakt hoeveel jaren, hoeveel tijd er verstrijkt, sommige dingen wennen nooit. Dat tijd alle wonden heelt is onzin en volgens mij gewoon iets dat iemand ooit bedacht heeft uit schrik. Hoop doet leven. Dat dan weer wel.

Er is zoveel dat ik je nog had willen vragen of vertellen, had willen tonen. Dagelijks vraag ik me hier af wat je zou vinden van de dingen die ik hier doe. Ik betrap ik mezelf erop dat ik vaak dingen doe waarvan ik weet dat jij ze gedaan zou hebben. Of waarvan ik weet dat jij het geweldig zou gevonden hebben als ik ze deed. 
Maar de gezonde schrik die ik vroeger voor sommige dingen had, is als sneeuw voor de zon verdwenen en dat baart me soms wel wat zorgen. Mijn grenzen lijken een beetje vervaagd. En eigenlijk was dat ook bij jou het geval als ik er nu over nadenk. Maar ik ben me er bewust van en dat is al iets.

Mijn aankomst in Azië ging niet van een leien dakje. Bangkok was niet alleen een overweldigende stad, maar ze was ook zo luid en druk en vol mensen dat ik Afrika, de bush en haar inwoners nog harder miste. Alsof mijn ziel nog niet aangekomen was. En misschien was dat ook wel zo. Ik bracht dus een groot deel van mijn tijd gewoon in het hostel door binnen de veilige muren van mijn veel te grote kamer. Na vier dagen Bangkok, vertrok ik naar Ko Tao. Een eilandje dat iets minder druk en toeristisch zou zijn dan zijn grotere broers en bekend stond als duikparadijs. Dat leek me wel iets en om mijn energie en zin weer terug te vinden, schreef ik me in voor een duikcursus. Het hielp. Ik genoot van het duiken en zelfs van het huiswerk maken en studeren. Dat ging me veel beter af dan toerist spelen merkte ik. En dus plakte ik er nog een stukje cursus aan. Dat zou jij ook gedaan hebben. Want wat ben je uiteindelijk met een duikbrevet tot 18m als je ook tot 30 kan gaan? 

Je bent een beetje mee hier. Want hoewel we heel verschillend waren op een aantal vlakken, leken we wat andere dingen betreft eigenlijk net heel erg op elkaar. Voor mij was dat het meest uitgesproken in het feit dat we beide 'free birds' zijn. Dat heb ik nog nooit zo duidelijk gevoeld als nu. En een beetje dankzij jou, want jouw reacties die ik verzin in mijn hoofd maken het zoveel makkelijker om datgene te doen wat ik echt wil. Om los te laten en vrij te zijn of me vrij te voelen. En ik denk dat je trots zou zijn, lieve broer.
Het is eigenlijk gek. Ik heb je af en toe vervloekt omdat je zo uitgesproken je zin deed. Soms leek het alsof je je helemaal niets aantrok van wat anderen om je heen daarvan vonden. Maar ik bewonderde je er ook voor. Kon ik dat maar! Gewoon een klein beetje. Want hoewel het niet makkelijk was naar Lien en mama en papa toe om te vertrekken, hoorde ik telkens jouw stem in mijn hoofd: 'Leef Sofie!'

                                       

En zo zit ik vandaag in een hostel op Ko Tao. Ik heb het moeilijk, want iedereen komt samen als een soort nagedachtenis aan jou. En ik ben hier. Alleen. Het is de eerste keer dat ik het moeilijk heb met 'hier' te zijn. De eerste keer dat ik me echt alleen voel. En de oorontsteking die ik er gratis en voor niks bij kreeg na het duiken helpt niet echt. Er is een uurverschil van zes uur en twee vriendinnen gaan in mijn plaats, lezen mijn tekst voor jou voor en vertellen me midden in de nacht dat het mooi was. Ik kan amper iets zeggen. Ik heb pijn, voel me alleen en de tranen rollen over mijn wangen. Maar tegelijk voel en merk ik ook dat er mensen zijn die me echt graag zien. En dat troost. Net zoals jouw stem in mijn hoofd dat af en toe ook kan doen.

Lieve broer, er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan je denk. Zonder dat ik je mis. Zonder dat ik me vragen stel of denk hoe anders dingen geweest hadden kunnen zijn. Zonder jouw stem in mijn hoofd. En dus leef ik. Met ups en downs. Voor twee. Voor jou erbij. Want dat was wat jij voor mij was: leven in het kwadraat.

Je zus,
Sofie

dinsdag 3 november 2015

Undesirable person doing very desirable stuff...

Makkelijk was het niet, 'the bush' verlaten. En de Zuid-Afrikanen maakten het nog een klein beetje moeilijker. Het leek bijna een soort van test. Kijken of ze dat ook redt? En af en toe heb ik, eerlijk waar, naar de verborgen camera's gezocht. 

Maar laat ik bij het begin beginnen. Na mijn nachtje Maun, waar ik een beetje met mijn ziel onder mijn arm rondliep en een slaaptekort opliep dankzij de buren die Halloween vierden in ware Bollywoodstyle tot een gat in de nacht, stapte ik het vliegtuig op. Tot dan toe had ik de tranen kunnen bedwingen, maar binnenin liet ik ze de vrije loop. Ik miste de bush echt en op dat vliegtuig stappen kostte al mijn wilskracht. Klinkt cheesy, maar zo voelde het echt. 
De piloot liet weten dat ze klaar waren en even later stegen we op. Toen waren daar plots de tranen. Gek. Mijn buurvrouw dacht dat ik vliegangst had en ik liet haar maar in die waan. De rest van de vlucht was ze heel vriendelijk en af en toe zag ik haar uit mijn ooghoek een bezorgde blik opzij werpen. 
We hadden een korte tussenstop in Gaborone, wat wel grappig was. Iedereen moest uit het vliegtuig stappen, even wachten in een soort wachthal en dan op het vliegtuig richting Kaapstad en dat bleek exact hetzelfde met dezelfde stewardess die ons dus vrolijk opnieuw welkom heette. Rond half zeven landden we in Kaapstad. Het regende en stormde en de piloot liet ons geanimeerd weten dat het 13 graden was buiten. Waaat??? Daar stond ik op mijn flipflops en in T-shirt. Slik. Geen warm welkom dus. Maar als je dacht dat het daarbij bleef, dan heb je verkeerd gedacht. Ik moest nog door de douane. Ik stond wat dom te lachen (die kijken steeds zo argwanend om te zien of jij het wel echt bent op dat paspoort), wanneer hij plots zegt: 'I can't let you in mam, your visa expired. How long did you intend to stay here? I can give you 7 days at most.' Waaat??? Echt, waaaaat??? Het universum maakte het me er niet makkelijker op. Het leek alsof ze wilden dat ik gewoon terug ging. 
Ik wandelde een beetje verdwaasd verder om mijn bagage af te halen. Ik begreep er niets van, maar was zeker dat ik dit wel opgelost zou krijgen. Al snel zou echter blijken dat mijn onwankelbaar vertrouwen in mezelf echter niet voor de Zuid-Afrikanen geldt.

Ik werd opgehaald door Steve, een gids die ik in Botswana had leren kennen en die me uitgenodigd had om die avond bij zijn familie te komen eten. En dat bleek letterlijk, want ongeveer zijn voltallige familie was daar. Heel speciaal, maar ook heel fijn. Tenminste nog een stukje warm welkom in de bewoonde wereld en in Zuid-Afrika. Hij zette me later af in het hostel en ook daar voelde ik me meteen thuis. Gelukkig.

De volgende morgen besloot ik om nog even te negeren dat ik mogelijks een probleem had en ging ik de buurt wat verkennen, nieuwe kleren kopen en geld wisselen. Ik vergat echter mijn paspoort (geen geld wisselen dus) en liep verloren (heel wat buurt verkend) en dat letterlijk en figuurlijk. Ik stond liever oog in oog met een luipaard op dat moment dan daar, midden in een grootstad. Zucht.

De dag nadien zou ik, vol goede moed, mijn visumprobleem gaan oplossen met hulp van Steve die me oppikte om te gaan ontbijten. Nadien was de eerste stop 'home affaires'. Daar werden we doorgestuurd naar een ander gebouw waar ze zich bezighielden met het verlengen van visa. Klonk veelbelovend. 
We wandelden het gebouw binnen, lieten weten dat we naar de 21ste verdieping wilden en kregen doodleuk te horen dat we dan weer naar buiten moesten gaan, het hoekje om wandelen om dan hetzelfde gebouw weer binnen te wandelen. Ok. Moet lukken. Wat bleek? We kwamen gewoon in dezelfde hal uit, maar aan de andere kant van de liften!!! Dus diezelfde vrouw zat nu gewoon 20m verder! Ongelofelijk... 
Naar de 21ste verdieping waar de hoop op een oplossing al snel de grond ingeboord werd. Volgens de dame daar had ik twee opties. Of ik moest mijn ticket veranderen en 8 november het land uit zijn, of ik moest een verlenging aanvragen, maar dat zou 8 tot 10 weken duren en in die tijd mocht ik het land niet uit. Waaaat??? Een verlenging aanvragen voor 1 week duurt 8 weken??? Tuurlijk. Dat is logisch. 
Ik heb serieus naar verborgen camera's gezocht. 
'En wat gebeurt er als ik gewoon op 15 november vlieg?' vroeg ik uitdagend, terwijl ik bedacht dat ze me in het ergste geval het land uit konden zetten.
'Then you become an undesirable person for South Africa, mam, which basicly means that you can not enter the country again for the next 5 years.' Waaaat???? Misgedacht dus, het kon erger.
Mijn laatste hoop was de Belgische ambassade, maar ook die zongen hetzelfde liedje. Ik speelde even met het idee om naar Namibië of een ander buurland te vliegen of te rijden, gewoon om opnieuw binnen te kunnen, maar blijkbaar was er ook dan de mogelijkheid dat het niet zou lukken om weer binnen te raken. Zuid-Afrika wilde me niet, dat was duidelijk. Na een volle dag zoeken naar oplossingen, moest ik de handdoek in de ring gooien en mijn ticket herboeken. En dus had ik plots maar vijf dagen om in Kaapstad te spenderen. Slik.

Mijn optimistische zelf besloot dan maar dat ik er op die vijf dagen alles zou uithalen, niets zou doen 'omdat je dat toch gezien moest hebben', maar alleen die dingen doen die ik echt absoluut wilde doen. Ik wilde de Tafelberg beklimmen, met haaien gaan duiken, gaan skydiven en een daguitstap doen naar Cape Point. Ook hier liet Kaapstad me echter een beetje in de steek. 
De haaien lieten zich niet zien terwijl ik in het ijskoude water zat en amper mijn eigen tenen kon zien (en voelen). Ik zag er gelukkig wel van op het dek van de boot en wat later ook nog zeehonden en walvissen. Je hoorde me dus niet klagen. 
Bij het skydiven kreeg ik na zes uur min of meer geduldig en vooral gezond enthousiast wachten om te springen te horen dat het te donker was en we niet meer konden springen. Waaat???? Ik vreesde daar al enkele uren voor en was dat dus al gaan checken, maar diezelfde man had me op dat moment beloofd dat ik net de beste sprong zou hebben, tijdens de zonsondergang. I was a lucky girl. Jep. Ik dacht het niet dus. 
Ik was zo teleurgesteld. Het idee dat ik nu niet zou springen, terwijl ik dat beslist had, kon ik eigenlijk niet verdragen. En dus hakte ik de pijnlijke knoop door om Cape Point te cancellen.
Dat leek een beetje mijn hoofdbezigheid de afgelopen dagen. Hostels, vluchten en excursies cancellen.  Ik was dus in Cape Town en zou de grootste trekpleisters niet eens zien. Maar het was tenslotte mijn eigen reisfilosofie en dus kon ik er niet omheen.
De dag erop ging ik terug. Ik mocht als allereerste springen. Uit een mini vliegtuigje zonder deur, terwijl ik een beetje ongemakkelijk tegen de stoere borstkast van een hunk van een kerel leunde. Geen zenuwen, eerlijk waar! Of toch niet voor het springen.

Het was GE-WEL-DIG!!!! Een vrije val uit een vliegtuig gevolgd door een fantastische vlucht. Niet in woorden te vatten. En plots wist ik het. Ik zou niet voor de tick-list gaan, ik hoefde niet alles gezien te hebben of overal geweest te zijn. Voor mij gaat deze reis over ervaringen. En ook al zie ik maar een mini stukje van de wereld (en niet eens dat wat 'toeristisch gezien moet')... zolang ik die dingen doe waar ik ten volle van kan genieten, is het goed. En meer dan dat. En of dat nu een Savanna in de bush is, kijken naar de zonsondergang of uit een vliegtuig springen, er is telkens een soort overstijgend geluksgevoel dat ik gewoon veel te lang gemist heb...

zaterdag 31 oktober 2015

Bye Bye bush...

Mijn iPad laat me weten dat ik al 13 weken geen reservekopie gemaakt heb. De tijd vliegt. Morgen stap ik op het vliegtuig richting Kaapstad. Onwerkelijk idee dat ik de bush hier ga verlaten. Het is mijn wereld geweest de afgelopen maanden en ik kan me simpelweg niet meer zo goed voorstellen hoe het leven er in een stad ook weer aan toe gaat.

Het is even geleden dat ik nog schreef, maar geen nieuws is goed nieuws. In dit geval toch. Mijn stilte heeft te maken met de rust hier en in mijn hoofd. Met het vertragen. Met African time. Maar het heeft ook te maken met een recente nieuwe bezigheid.
Enkele weken geleden startte ik met schrijven voor www.mo.be. Best spannend was dat. Alle andere artikels leken me zoveel meer onderbouwd en over serieuze thema's. Wat had ik nu te vertellen over 'de wereld' en de landen die ik bezoek? Over ontwikkelingswerk, politiek of economie ofzo? Schreef ik wel goed genoeg? Ik leek uit de toon te vallen en was dus bang dat ik er niet echt zou passen. Daarom had ik er voordien ook tegen niemand iets over gezegd. Pas toen ik positieve feedback kreeg, durfde ik het zelf op Facebook delen. 
Eigenlijk grappig. Ik val al zo lang uit de toon en pas niet helemaal in het plaatje dat de maatschappij uittekende voor mij en net dat was waar mijn eerste artikel over ging. En terwijl ik daarover schrijf ben ik opnieuw bang om uit de toon te vallen. Oh de ironie!
Maar nu ben ik dus één van de wereldbloggers. En tot hiertoe lukt dat prima. Mijn allereerste artikel werd onverwacht enorm veel gelezen en gedeeld. Zoveel dat ik het niet helemaal kon vatten. En toen ook mijn tweede artikel wel ok bleek, was ik vertrokken. Weer een stapje dichter bij waar ik naartoe wil. Ik kom er wel.

De afgelopen weken is er veel gebeurd en ook weer niet. Dat heeft met het vertragen en de eenvoud van het leven hier te maken. Ik heb geleerd om stil te vallen. Om gewoon te zitten en te zijn. Ik heb geleerd om te genieten. Het 'moeten' laten vallen. 

De dagen hier in Afrika hebben een ander ritme. Als de zon opgaat, begint de dag. Niet omdat dat moet of omdat er een wekker afgaat, maar simpelweg omdat je wakker wordt. 's Middags wordt er vaak een soort siësta gedaan, maar dat vond ik dan weer niet simpel. Ofwel door de kinderen die het idee van een siësta hun leeftijd onwaardig vinden ( al vallen ze soms bijna in slaap terwijl ze rechtstaan), ofwel doordat het gewoon te warm is en mijn canvas huisje dan in een soort selfmade bakoven verandert. Want het is hier echt heet overdag. De minste inspanning doet het zweet over je gezicht lopen en het liefst van al nam ik om het uur een koude douche. Gelukkig koelt het 's nachts nog wel af en gelukkig bestaan er zwembaden, ventilators, koelkasten en ijsmachines. 

Vandaag zit ik op het terras van de River Lodge in Maun. Met een Savanna. Ik ben net met een mini vliegtuigje (een caravan zoals dat type heet) vanuit de Delta naar hier gevlogen. Een privé vlucht, want er zat niemand anders op het vliegtuig. Ik haat afscheid nemen. Deze keer was niet anders. Het ging zo snel en terwijl ik over Kwai en Moremi en de rest van de Delta vloog, besefte ik plots dat ik echt weg ging. Shit! Ik ga het zo missen daar. Alles. Machaba Camp is een beetje als een familie geworden. Ze waren er bij alle geweldige belevenissen, game-drives, sundowners, uitstapjes, maar ook op de lastige dagen. Bij een regenboog aan emoties. Het was mijn thuis voor de afgelopen drie maanden. En het leek een beetje alsof de bush zelf ook niet wilde dat ik weg ga, want mijn laatste game-drive, zonsondergang, nacht in de bush en de rit naar de airstrip waren ze er allemaal: olifanten, nijlpaarden, leeuwen, luipaarden, giraffen en al de rest. En hoe...


Terwijl de Savanna naar mijn hoofd stijgt, zakt de zon in het water. Mijn laatste zonsondergang in Botswana. Voor nu. Want op een dag sta ik hier terug. Dat weet ik zeker. Afrika zit in mijn bloed nu en ik denk niet dat ik dat ooit nog kwijt raak.

maandag 28 september 2015

A free bird

Ik vrees dat Afrika me te pakken heeft. Of is het gewoon de rust, de simpele zaken en zorgen, de kleine dingen? Dat zal ik waarschijnlijk pas weten als ik verder trek. Maar dat ik terug kom naar Afrika, dat staat als een paal boven water. Ik denk op dit moment dat het eerder een soort thuis voelen in de wereld is. In Afrika en waarschijnlijk ook ergens anders. Ik draai mee en voel een rust en een vrijheid die ik voordien, zonder me daar echt bewust van te zijn, zo erg gemist heb. Alsof ik pas hier en nu helemaal mezelf kan zijn.
En begrijp me niet verkeerd, er zijn veel mensen in België die ik doodgraag zie en die tranen of emotie teweeg brengen wanneer ik ze nu gewoon nog maar hoor of via Skype zie of zelfs maar een mail van hen lees. Maar die tranen zijn geen heimwee of verdriet. Het is eerder alsof ik hier nog beter kan voelen hoe belangrijk sommige mensen voor mij zijn. Hoe graag ik hen zie. En dat komt niet door de afstand, maar doordat ik voel hoe juist mijn beslissing om te vertrekken was. Voor mezelf. En dat voelt goed.

Ergens een tijd wonen en meedraaien is heel anders dan als toerist naar die plek reizen. De ups en downs, de verschillende kanten van mensen en van jezelf, dagen die schitteren en dagen die als lood voelen. Je hebt ze allemaal nodig om echt te voelen dat je leeft.

Er zijn de kleine dingen. Ik knipte al mijn eigen haar (heb weer een froefroe), kan een Savannah openen met een flesje water (daar werd ik echt goed in), reed met de jeep in mijn eentje (ben ik echter iets minder goed in), leerde al enorm veel over vogels (dankzij 5-jaar oude Nala), herken de meeste bushgeluiden 's nachts, leerde 3-jarige Khan 'pardon' zeggen (of iets dat er alvast op trekt), durf meestal alleen naar huis wandelen, ontdekte dat ik een zwak heb voor giraffen en rustig wordt van het lage gebrom en het gekraak en getrompetter van olifanten. Om maar enkele dingen te noemen...

Dan is er een regenboog aan emoties. Mijn broer is vaak in mijn gedachten. Wat zou hij hiervan vinden? Wat zou hij zeggen van mijn foto's? 'Graaf zusje! Wow... Jaloers!' Ik zie het hem zo zeggen. Misschien was hij wel op bezoek gekomen. Af en toe zijn er plots tranen. Dan mis ik hem. Mis ik zijn bulderende lach en typische commentaar, zijn onverwachte telefoontjes op de meest onmogelijke momenten, zijn dromen... Maar hij is mee hier. Hij zou dit geweldig hebben gevonden. Dat voel ik ook. Gelukkig.

Een paar dagen geleden ben ik voor de eerste keer echt bang geweest. Ik vertelde al dat ik het geluk had om een luipaard en haar jong te zien. Dat specifieke luipaard is hier gekend als Matsebe (door haar twee gehavende oren blijkbaar). Ze is niet meer van de jongste en had al eens lastige periodes en dan werd ze vaak rond het kamp gezien. Sowieso komt ze geregeld op bezoek. Het was vertederend om haar samen met haar jong te zien, maar plots ging het niet meer zo goed met hen. Ze heeft een tijd blijkbaar geen 'kill' gehad en was heel erg vermagerd. Bovendien heeft ze daardoor haar jong moeten achterlaten. Zo zielig en dat raakt je dan wel. Op een game-drive kwamen we haar tegen. Ze moest oude vissenkoppen eten die visarenden op de grond lieten vallen en het jagen leek maar niet te lukken. Ik had met haar te doen. We volgden haar een tijdje met enkele jeeps en uiteindelijk waren er nog twee wagens over. De onze en die van enkele vrienden. Matsebe lag tussen onze auto's in. Plots stond ze op en wandelde ze tot net naast onze wagen, naast mij, waar ze ging zitten. Op nog geen meter en ze keek naar boven de auto in. Recht in mijn ogen. Ik denk dat mijn hart toen even stopte. Haar wanhopige blik. Ze bleef zo zitten en het leek een eeuwigheid al was het waarschijnlijk maar enkele minuten of zelfs dat nog niet. Op een bepaald moment begon ze zelfs te grommen. Ik denk dat mijn benen het begeven hadden als ik toen recht had moeten staan. Ik kan het niet uitleggen in woorden, maar oog in oog staan met een wild dier is iets ongelofelijks. Al de rest valt helemaal weg. Nadien had ik een glaasje nodig om weer bij te komen.



Af en toe is er ook frustratie of teleurstelling. In mezelf en in anderen. Zo ben ik nog steeds geen krak in dingen voor mezelf vragen en dat merk ik hier en daar. In de keuken bv. moet ik steevast mijn eigen ontbijt (en dat van de kindjes) maken, terwijl ze dat voor anderen wel maken als die dat vragen. Net omdat ze natuurlijk heel goed weten dat ik het anders wel zelf zal doen. Nog werk aan de winkel voor mij dus...
En als er spanningen zijn of ruzie is tussen mensen hier, dan kan ik daar ook echt last van hebben. Zelfs (of misschien vooral) als er niets gezegd wordt, maar er vanalles in de lucht hangt. 



Maar vooral en heel vaak zit ik gewoon in de jeep naar olifanten of de zonsondergang te kijken met een Savannah in mijn hand en een lach op mijn gezicht. Dan klopt alles zo wonderlijk dat ik me oprecht gelukkig en blij voel en af en toe stiekem met mijn ogen moet knipperen.



Tot slot zijn er momenten en dingen die ik echt nooit meer zal vergeten. De dode krokodil die door het nijlpaard op de oever werd gesmakt; de impala die in het water stond met een krokodil aan haar poten, een nijlpaard wat verder en zeven wilde honden rond het water; het luipaard met haar jong en een dode impala in een boom; tussen de olifanten staan en hen zien zwemmen en spelen; een olifant die tot op een paar meter van waar je op de grond zit naar je toe komt gewandeld of een nijlpaard dat op je af komt gelopen tijdens sundowners op een game-drive. Allemaal onvergetelijk. Naast dat alles vond ik ook een soulmate, een 'brother in arms' en daar zijn er niet zoveel van. De gesprekken met hem, die korte ontmoeting heeft me nog meer gesterkt in de juistheid van mijn beslissing om erop uit te trekken. Ik voel me oprecht thuis in de wereld. Met mezelf. Ik ben gelukkig hier. A free bird... En dat is echt wat ik nu nodig heb.

maandag 14 september 2015

The real thing.

We zijn ondertussen zes weken ver en bijna in de helft van mijn Afrikaans avontuur. De tijd gaat snel en ik vraag me soms af hoeveel tijd je nodig hebt om Afrika echt beleefd te hebben. Is drie maanden dan wel genoeg? Om te voelen hoe het is om hier te leven. Welke ervaringen heb je daarvoor nodig? Is het voldoende om veel dieren te zien om echt in Afrika geweest te zijn? Moet je misschien een nacht onder de sterren geslapen hebben? Een 'kill' meemaken? Winter en zomer beleefd hebben?

De winter hier is duidelijk lang achter ons. Een lange broek is enkel nog handig om muggen op afstand te houden en mijn warme pyamabroek daar moet ik maar een andere bestemming voor vinden. Ik ben al mijn kleren momenteel al zo beu dat ik me heb voorgenomen om me in Kaapstad gewoon een nieuwe garderobe aan te schaffen. Mijn haar zou eigenlijk eens geknipt moeten worden en mijn voeten zien permanent zwart van het zand hier. Zelfs schrobben of weken helpt maar gedeeltelijk. Maar goed, olifanten of leeuwen vinden dat doorgaans allemaal niet zo erg.


Sinds gisteren kunnen we weer op game-drive. Door omstandigheden lukte dat een hele tijd niet meer, wat het toch een beetje moeilijker maakte af en toe. De dagen zijn hier soms best lang en een weekend dat bestaat hier niet. Dus als 's morgens de zon op komt, zijn daar ook Nala en Khan en dat blijft zo tot de zon alweer enkele uren onder is. En als er dan geen game-drive is, dan duurt een dag lang. Af en toe betrapte ik mezelf erop dat ik nood had aan iets anders dan kids-duty. Elcke en Shaun deden hun best om het hier en daar makkelijker en aangenamer te maken. Zo ging ik eens met Shaun op night-drive, reden we over de middag even langs enkele leeuwen die hij 's morgens op de game-drive met gasten gezien had en paste hij af en toe op Nala en Khan zodat ik even op mijn gemak kon gaan lunchen of internet checken. Ik moest er dan wel bij pakken dat het huis op stelten stond als ik terug kwam. En meestal lag Shaun dan te slapen en lagen er lege ijspapiertjes en een leeg doosje snoepjes op de grond terwijl Nala en Khan als twee engeltjes breed lachend naar mij stonden te kijken.


Game-drives, dieren tegenkomen in het kamp of terwijl ik naar huis wandel, het reilen en zeilen van een kamp, gaan zwemmen als het bijna 40 graden is met zicht op enkele olifanten, nijlpaarden, impala of kudu of in je bed liggen en naast de canvas muren van je huisje olifanten horen wandelen, eten en ja ook hun behoefte doen. Al die geweldige ervaringen vergeet ik van mijn leven niet meer. 


Een tijdje geleden tijdens een sundowner op een game-drive genoten we van een prachtige uitzicht tot er plots iets tegen mijn hoofd vloog. Impala keutels. Shaun houdt wel van een mopje. Zo legde hij al een berg kolen onder mijn stoel tijdens een diner waardoor ik amper nog op mijn stoel kon blijven zitten, zo heet was die geworden. Toen we gisteren 's avonds een auto tegen kwam die ook naar het kamp moest, maar verloren gereden was en ons dus volgde, reed hij na een tijdje plots naar links, deed al zijn lichten uit en schaterde het vervolgens uit omdat de auto nietsvermoedend rechtdoor reed. En een paar dagen terug speelde hij tijdens het diner een irritant insect achter mijn oor met een lange grasspriet wat ik pas laat doorhad, tot groot plezier van de gasten rondom ons. Shaun.
Maar de impala keutels dus. Die stak hij in zijn mond en vervolgens werd hij even een machinegeweer. Toen ik een gezicht trok, wist Elcke me te vertellen dat ik dat ook eens moest doen. Want je bent pas echt in Afrika geweest als je een impala keutel in je mond gehad hebt. Verdekke. Dat is het dus! En dus heb ik, zonder er verder over na te denken, ook maar zo'n ding in mijn mond gestoken. Het was er snel weer uit, maar ik heb wel raak geschoten. Ik ben dus echt wel in Afrika geweest.

donderdag 10 september 2015

Vallende sterren

-Dit stukje schreef ik een tijdje terug, maar werkte het nu pas af...-

Het was al donker en als ik naar boven keek, zag ik duizenden sterren. Af en toe zelfs een vallende ster. Ik zag zelfs één keer een soort meteoor (je zag echt een brandende bol en hij was groter dan de gemiddelde ster) die viel met een staart erachter die wel in brand leek te staan. Prachtig. Ik heb hier al wat 'af gewenst'.
De kok kwam het driegangendiner aankondigen met bijpassende wijnen en iedereen schoof aan. Er stonden lampjes op de lange tafel buiten en omdat het 's avonds nog best koud was, kwamen ze een schep warme kolen onder je stoel leggen. In het begin is dat wat onwennig omdat het lijkt alsof je stoel in brand gaat vliegen, maar al gauw wordt het heel aangenaam warm. Er kwam een voorgerecht en wat later mochten we aanschuiven we aan voor het hoofdgerecht. Af en toe kwam er iemand stiekem wijn of water bijvullen. In het donker rondom hoorden we allerlei bushgeluiden. Een nijlpaard, kwakende kikkers, vogels die ruziemaken en bavianen in de bomen boven de tenten.

Enige tijd geleden werd er stroomopwaarts een enorme krokodil gevonden die waarschijnlijk door een nijlpaard met een slecht humeur aan zijn eind gekomen is. Er was die avond ook veel beweging in het kamp. Een groep bavianen besloot de nacht door te brengen in de bomen van het kamp, enkele olifanten braken de boel af door bomen en takken zo te buigen om de bladeren eraf te kunnen eten tot ze kraakten of zelfs barstten. In de verte (hoewel het redelijk dicht bij het kamp blijkt) hoorden we af en toe een leeuw brullen op zoek naar compagnie. Dat was een nieuw geluid voor mij. Die middag ondekten we twee mannetjesleeuwen op een paar minuutjes van het kamp. Een jonge, sterke leeuw met mooie manen en een oudere leeuw met een een karaktervolle kop, maar hij leek wat ademhalingsmoeilijkheden te hebben en zag er verder ook niet al te gezond uit. Het was voor mij de eerste keer dat ik een leeuw zag hier.

Terwijl we wat napraatten na het diner, vroeg Shaun of ik mee op zoek wilde gaan naar de leeuw die we net hoorden brullen. Hij was in de buurt. Definitly. Carl, Holly, nog een koppel en hun zoon, Shaun en ik. Elcke zou bij de kinderen blijven. We waren nog geen 10 minuten onderweg of daar was hij al. 


Hij lag in het midden van de weg en leek niet in het minst geïntimeerd toen wij eraan kwamen rijden, ik daarentegen... Af en toe deden we al het licht uit en hoewel dat prachtig is met enkel de sterren en de geluiden van de nachtelijke bush, werd ik na een tijdje toch een beetje zenuwachtig. Lag die leeuw daar nog steeds? Of stond die nu op enkele centimeters van de auto? Het bleek steeds het eerste te zijn, maar toch... Je weet het nooit hier. En 's nachts rijden is iets heel anders dan overdag, dat werd me al snel duidelijk.
Na enkele foto's had hij genoeg van het poseren en vertrok hij. Wij gingen dan maar op zoek naar de dode krokodil, want die zou volgens Shaun zeker bezoekers lokken. Niet veel later zagen we die plots voorbij drijven. Om de één of andere reden was die blijkbaar op drift geraakt en het was dus echt toeval dat we hem zagen voorbij drijven. Shaun haastte zich verder omdat hij hoopte dat hij ergens zou aanspoelen of misschien kon hij hem zelfs wel aan land trekken. Jep, sure! In een rivier stappen waar je zo op het eerste zicht al vier nijlpaarden en dito krokodillen in ziet zwemmen. Toen we wat verder met de auto tot net aan de oever gereden waren, kwam de krokodil de hoek om gedreven. Het bleek echt een enorme krokodil, misschien wel de grootste die ik ooit zag. Iedereen helemaal opgewonden en wijzen en in overdrive tot plots een nijlpaard uit het water komt gevlogen en de krokodil op de oever smakt. Stilte. En toen kwam de overdrive in het kwadraat. What did just happen?!? Did anyone film that? Oh my God! En meer van dat. Het nijlpaard zag snel in dat hij zich had aangesteld en zijn prooi al behoorlijk dood was, dus hij droop even snel af als hij de aanval ingezet had. Ongelofelijk. De natuur op zijn best.

Toen we goed en wel hersteld waren van alle emoties, besloot Shaun om opnieuw op zoek te gaan naar de leeuw. Die hoorden we nog steeds af en toe brullen op zoek naar zijn maatje. Al snel kwamen we hem weer op het spoor. Hij was op wandel en we wandelden een stukje mee tot hij besloot dat hij er genoeg van had en een pad koos waar we met de auto niet echt konden volgen. Dan maar weer checken of de krokodil, die nu dus op de oever lag, al bezoekers had gelokt. 



Dat bleek het geval. De oude leeuw met de karaktervolle kop. Hij kon zijn fittere broer duidelijk niet volgen en besloot dan maar op de heerlijke geur van dode krokodil af te gaan. Het duurde even voor hij het karkas vond, maar toen hij dat eindelijk deed, begon hij meteen te smullen. Het zag er niet echt smakelijk uit en het rook vooral niet smakelijk, maar dat leek hem alvast niet te deren. Ik daarentegen moest echt mijn best doen om niet te kokhalzen.


Na enkele uren rondrijden en na het zakken van de adrenaline waren we allemaal doodmoe (behalve Shaun die ons dan maar watjes vindt) en besloten we huiswaarts te keren. Uiteindelijk was twee uur een mooi uur en zeker als je weet dat je ritme hier mee met de zon gaat... Om zeven uur ben je dus wakker en om half zeven 's avonds start het geeuwen. 
Terwijl ik naar huis wandelde van Shaun en Elcke's huis hoorde ik hyena's en zag ik boven mij nog steeds duizenden sterren. Af en toe viel er één. Een avond die start en eindigt met vallende sterren... What more could you wish for?