dinsdag 24 juni 2014

Dancing the cha-cha...

Een tijdje terug kreeg ik een brief in de bus met een uitnodiging voor 'Café Memoriam'. In eerste instantie belandde de brief ongeopend op mijn bureau bij de geboortekaartjes, trouwuitnodigingen en andere feestjes. De laatste maanden heb ik het namelijk nogal lastig met sociale aangelegenheden. Gek misschien, want doorgaans durf ik stellen dat ik toch betrekkelijk sociaal ben. Het is ook niet dat ik geen zin heb om iets te doen, ik geraak er gewoon vaak niet. De energie ontbreekt of ik krijg mezelf gewoon niet zover. En soms beloof ik oprecht en met zin ergens te zijn en uiteindelijk lukt het me dan toch niet. Wat als iemand die ik niet ken gewoon vraagt of ik broers en zussen heb? Wat als er plots tranen zouden komen? Wat als ik naar huis wil, kan dat dan? Wat als ik de controle verlies? Wat als er vragen komen? Wat als niemand iets vraagt?
Zucht...
Lastig dus. Maar ik doe mijn best, elke dag opnieuw. Ik spreek wel dingen af en zet 'sociale stapjes'. Akkoord, soms ook weer even achteruit, maar dat doen ze in de cha-cha ook...

Café Memoriam dus! Nieuwsgierig ben ik wel, dus niet veel later opende ik de brief en haalde er een mooi kaartje uit. Een uitnodiging voor een café vol herinneringen. Een café waar een vriendin van mij zou zingen voor haar papa die vorig jaar overleed. Door omstandigheden heeft ze eigenlijk niet echt afscheid van hem kunnen nemen. Niet voor hij stierf, maar ook niet met een mooi ritueel na zijn dood. En nog minder kon ze dit delen met alle mensen die haar dierbaar zijn. En daarom besloot ze dat alsnog te doen. Een jaar later in de vorm van 'Café Memoriam'.

Mooi vond ik dat. En moedig. En ondanks mijn huidige sociale fobie, wilde ik dit voor geen geld missen. Dergelijke initiatieven vind ik zo waardevol. Je eigen invulling geven aan die dingen die er voor jou echt toe doen. Want nee, niet alles en iedereen past in het plaatje dat onze maatschappij zo vlijtig uittekende.
Vriendin R is bijzonder getalenteerd. Dat wist ik al. Haar kijk op de wereld is ronduit verfrissend en zij is één van mijn grote voorbeelden. En dus reed ik enkele weken geleden met een andere vriendin door de velden en net toen we dachten dat de GPS toch wel echt met onze voeten aan het rammelen was (of we misschien per ongeluk 'met de fiets' ingegeven hadden), zagen we ons eindpunt: een prachtig decor voor wat een ontroerend, betoverende avond zou worden.


Vriendin R. zag er niet alleen prachtig uit, ze zong ook prachtig. En hoewel ze toch een tikje zenuwachtig achter de microfoon stond, was daar niets van te merken toen ze inzette. En ik was meteen verkocht! Ik slaagde er redelijk in mijn tranen te beperken, maar toen ze bij het voorlaatste liedje aankondigde dat ze dat aan mij opdroeg omdat ik mijn broer moet missen, lukte dat niet meer. Tranen rolden over mijn wangen. Ook bij haar zag ik ontroering en ik bedacht me toen dat het net dat was wat maakte dat de tranen deze keer (en eigenlijk wel vaak) helemaal ok voelden. Mensen die oprecht meeleven en meevoelen. Die je de tijd en ruimte geven die je nodig hebt. Tijd en ruimte waar ik zelf soms niet om durf vragen. En net daar gaat het over. Tijd krijgen om niet enkel vooruit te gaan, maar om gewoon een beetje de cha-cha te dansen...


zaterdag 3 mei 2014

Mooi...

Hoe doe je dat op een dag weer over 'gewone dingen' praten? Ik wil graag weer eens gewoon schrijven. Over zomaar iets kleins. Maar het is verdekke moeilijk. Er is steeds dat schuldgevoel. Het niet in balans zijn van de dingen. Want hoe kan je over dagdagelijkse, banale dingen schrijven als er in grote letters op de muren van je hoofd 'JELLE' geschreven staat? Ik ben heel erg op zoek naar die balans. Naar een evenwicht tussen verdriet en verder gaan. Het is niet het ene of het andere. Ik heb beide nodig. Zonder verdriet en daarover schrijven en spreken kan ik niet verder. En als ik niet verder ga, hoe kan ik dan leven?

Die evenwichtsoefening is moeilijk en heel precair. Bij het minste zuchtje wind val ik om. Want wat mijn hoofd eigenlijk wil is weglopen. Hard werken en bezig zijn, niet stilstaan. Toch dwing ik mezelf om dat laatste te doen. Het gaat dag per dag, met ups en downs en dat is ok. En het zijn dan die kleine dingetjes die maken dat het een goeie of een slechte dag was.

Mijn zus is hoogzwanger en zag de laatste tijd nogal af. Stappen lukte amper en altijd was er pijn. Woensdag moest ze geopereerd worden en ik dacht dat de bevalling daardoor wel op gang zou komen. Of alleszins zou het er niet beter op worden. Maar plots kreeg ik telefoon van haar: 'Of ik niet mee naar het verjaardagsfeestje van ons nichtje zou gaan?'. Zo kan het dus ook... Tuurlijk!
En dus stond ik even later met een stuk taart in mijn hand te kijken naar een bende uitgelaten kinderen op de trampoline. Mijn nichtjes feest had een thema, namelijk 'mooi'. Iedereen moest een parel meenemen en haar een opdracht geven over wat 'mooi' is voor jou. Als ze de opdracht gedaan had, mocht ze de parel aan haar ketting rijgen. Mooi vond ik dat. Zo liet mijn zus haar vijf mooie babynamen verzinnen en werd mijn opdracht om een mooi verhaaltje te schrijven. Ook wij kregen allemaal iets moois:


Gelukkig had ik die dag wel eens mijn best gedaan, want de laatste tijd is mijn jogging veruit favoriet. Het deed me goed. Bij familie zijn. En ja ik sta nog wankel op mijn benen in dat evenwicht. Dan betrap ik mezelf erop dat ik wel dicht bij mijn zus blijf. Een veilige haven. Ik voel bij haar ook de zoektocht naar een evenwicht in dat verdriet en het verder moeten en willen. Voor het kind in haar buik en de twee andere bengels die er al rond lopen.


En kleine dingen kunnen dan best mooi zijn. Een klein kaartje. Een telefoontje. Of een 'ballonmopje' van mijn neef... 'Best moedig' dacht ik toen. Spreken over mooie dingen of een lachende foto op je blog zetten. Die lach is voor jou, broer. Omdat je zelf zo mooi was en omdat het allermooiste jouw lach was...

donderdag 3 april 2014

"Leef Sofie, doe maar..."

Het is lang geleden dat ik nog schreef. Zelfs lang geleden dat ik hier gewoon nog eens kwam kijken. Het is niet dat ik niet meer graag schrijf of dat ik dat niet meer wil delen. Noch dat ik in een zware depressie zit of dat alles prima en goed gaat en ik vrolijk met vanalles bezig ben. Al doe ik wel mijn best om mezelf en de rest van de wereld dat laatste wijs te maken...

Ik heb me in het werk gestort. Lange dagen en veel overuren. Hier in huis geschilderd alsof mijn leven ervan af hing. En misschien was dat ook wel een beetje zo. Ik ging aan zo'n tempo dat het leek alsof alles ok en onder controle was. Alsof ik wilde bewijzen dat ik echt mijn best deed om verder te gaan. Want we zijn ondertussen al meer dan vier maand verder. Vier maand. Ik merk meer en meer dat mensen er niets meer over vragen. Wat kunnen ze ook vragen?
Geen nieuws? 
Nee...
Het lijkt en voelt alsof van mij verwacht wordt dat ik weer gewoon mee draai in onze maatschappij. En pas op, dat wil ik ook. Echt. Ik wil lachen en van het leven genieten. Mijn grote voorbeeld bij uitstek hierin was mijn broer. Hij was hét uithangbord voor 'leven'. Als zoiets al zou bestaan... Ik ga dus squashen, boek citytrips, twijfel niet tussen twee rokjes, maar koop ze gewoon allebei, geniet van een glas Baileys en gun mezelf Ben&Jerry's ijs... Omdat ik hem steeds in mijn oor hoor fluisteren: 'Leef Sofie, doe maar...' Je weet nooit wat morgen komt...


Mijn omgeving had dus geen enkele reden om te vermoeden dat het niet goed gaat met mij. En pas op, het gaat ook niet slecht gezien de omstandigheden. Maar weet je wat? Elke keer als iemand me verteld dat ze vaak aan mijn broer denken, dan doet dat me zo goed. Want het lijkt dikwijls alsof deze wereld hem al vergeten is. En dat is moeilijk. Ik doe mijn uiterste best om hem levend te houden, bewust en onbewust in mijn eigen huidige levensstijl en dat is een troost. Want soms voel ik zelfs helemaal niets en dan voel ik me zo schuldig. Ik weet dat het een overlevingsmechanisme van mijn brein is, maar toch... Dan aan mijn broer denken en aan wat hij zou zeggen is helend en troostend.

Het doet me goed erover te praten, ook al is het maar heel kort. Het doet goed om te horen dat anderen aan hem denken, zelfs al kennen ze hem niet. Het doet me goed om te leven, als hij maar niet vergeten wordt. De wereld mag doordraaien, moet dat zelfs, maar ik wil hem zo graag mee hebben, op welke manier dan ook... Dus vraag gerust, laat iets weten, spreek mij aan, zeg wat je denkt. Je hoeft niet bang te zijn om iets mis te zeggen. Alles is goed. Want alleen als hij mee is, hoe dan ook, kan ik leven...

vrijdag 28 februari 2014

Drie maanden...

Drie maanden. Meer dan drie maanden geleden was er dat telefoontje dat alles veranderde. Drie maand geleden verdween mijn broer. Zomaar, plots, zonder enige aanleiding. Nog steeds kan ik het niet helemaal vatten. Logisch ook want we hebben geen flauw benul van wat er precies gebeurd is. Nog steeds niet. Het blijft verschrikkelijk onwezenlijk...
En ondertussen gaat de tijd verder. Je probeert mee te volgen en soms lukt dat, af en toe helemaal niet. En altijd is er het besef dat niets ooit nog zal zijn zoals het was...

Het is gek om te merken hoe je in een overlevingsmechanisme schiet, waardoor je het grootste deel van de tijd niet eens schijnt te beseffen dat hij weg is, dat hij misschien niet meer leeft. Ik hoor mezelf vaak iets vertellen over mijn broer en bedenk me dan dat het precies over iemand anders gaat. De emotie voel ik dan niet. En dat is nodig. Nodig om te kunnen gaan werken, om naar de winkel te kunnen, om te kunnen fietsen. Gewoon nodig om te kunnen leven. Om te overleven...

Ik ben ondertussen verhuisd en gelukkig heb ik gemerkt dat mijn broer meegekomen is met alle dozen. De herinneringen zijn er nog. Ik heb heel wat afdankertjes van hem (een lamp, houten latjes om te verduisteren, een handdoekhanger en een handdoek, een salontafel, enz.). Voordien twijfelde ik wat ik zou wegdoen en wat niet, want er zit best wel wat rommel tussen. Nu zijn die afdankertjes echter plots van onschatbare waarde en heb ik niet getwijfeld: alles ging mee en alles krijgt een plekje, zodat mijn broer ook een beetje hier is.
Ik zit hier goed. Een gezellig huis, weer in de stad, twee geweldige vrienden die ervoor zorgden dat het vanaf dag één een thuis werd en dat is wel anders geweest... En ook weer werken, op skivakantie gaan, een nieuwe bibliotheek ontdekken, gaan ontbijten, op Fil en Senna passen of gewoon weer eens lachen... Kortom, dagdagelijkse dingen doen me eigenlijk vaak goed. Het geeft die broodnodige lucht om verder te kunnen.


Want soms is dat besef er plots wel weer in alle hevigheid en voel je de emotie als een klap in je gezicht. Het overvalt je op de fiets, tijdens een gesprekje met vrienden, een toneelavond of gewoon thuis in de douche... En dan weet ik het even niet meer. Dan voelt het alsof ik niet meer kan ademen en prikken er tranen in mijn ogen. Dan wil ik maar één ding en dat is mijn broer...

dinsdag 31 december 2013

Dozen vol knuffels...

De dagen gaan voorbij. 41 stuks. En hoewel er hier en daar echt wel betere dagen tussen zitten, zijn de meeste dagen nog steeds voor een groot deel hun kleur verloren. Ook ik loop letterlijk heel wat minder kleurrijk rond dan gewoonlijk. De zwarte en donkere kleren in mijn kast, die ik normaal zelden draag zijn plots favoriet. Alsof ook ik niet gevonden wil worden... Samen met mijn broer ben ik ook mezelf een beetje kwijt.

Binnen een maand moet ik verhuizen en dus valt er heel wat te regelen en te organiseren. Ik moet inpakken, een datum voor de verhuis vastleggen, helpende handen mobiliseren, kortom een actieplan opstellen. Maar verder dan mijn bureau een beetje opruimen en vergeten doktersbriefjes van maanden geleden terug vinden, kom ik niet. De omstandigheden maken me een beetje stuurloos en futloos. De energie en de goesting is ver te zoeken en heel wat dingen lijken zo banaal en onbelangrijk. Want ik wacht op iets dat veel belangrijker is. Iets waarvan ik niet weet wanneer het komt. Of het ooit wel komt. Kun je dan eigenlijk wel zeggen dat je wacht?

Na 41 dagen kan ik nog steeds niet vatten wat er gebeurd is. Zal ik dat ooit kunnen? Ik kan niet geloven dat de kans groot is dat ik mijn broer nooit meer terug zal zien. Mijn klein broertje...
Inpakken om te verhuizen lukt me niet. Het is alsof ik iets moet afsluiten dat groter is dan enkel de deur van dit huis. Want mijn broer heeft hier bij mij aan tafel gezeten en hier in mijn zetel. Naast mij. Hij gaf me een knuffel toen ik het moeilijk had eerder dit jaar, hier in deze living... Een knuffel zoals alleen hij dat kon. En hoewel ik weet dat ik dat niet in een doos hoef te pakken... Toch geraak ik niet verder.


Mijn nieuwe huis past veel meer bij mij en zelfs bij mijn broer die voor de allereerste keer oprecht enthousiast was over mijn woningkeuze (mét dakterras!). Zo enthousiast dat hij ervan uit ging dat het me niet zou lukken het huis ook echt te kopen. Ik mocht niet teveel hoop hebben, zei hij. Hij was dus ook de eerste die een bericht van mij kreeg. To prove him wrong... 'Je moet durven dromen' zei ik met een knipoog, waarop hij me breed lachend gelijk gaf. Dat deed hij immers ook...

Ik keek er zo naar uit om hem uit te nodigen op ons geweldige dakterras, waar hij zelf ook helemaal fan van was. En net daar wringt het schoentje... Want ik kan hem niet meer uitnodigen. De week voor hij verdween, zou hij nog proberen langs te komen toen we met de loodgieter gingen kijken. Hij was te laat en ik heb er toen niet verder over nagedacht. Logisch, hij zou nog kansen genoeg krijgen. Dacht ik. Wat heb ik daar nu spijt van... Want hij zal het mogelijks nooit zien. Misschien zie ik hem wel nooit meer terug. Misschien zal ik zelfs nooit weten wat er nu precies met hem gebeurd is.
En dus protesteer ik in stilte. Want ik wil de herinneringen die ik heb niet verliezen. Ik wil ze niet in dozen steken. Ik wil maar één ding... en dat is met mijn broer op dat droomterras staan en gewoon een dikke knuffel krijgen...

zaterdag 14 december 2013

'Het kan...'

Dag 24. Meer dan drie weken zijn voorbijgegaan en nog steeds is er geen spoor van mijn broer. Nog steeds zijn er zoveel vragen en amper antwoorden. Nog steeds draait de wereld op kruissnelheid verder, maar ondertussen trek ik niet meer. Ik probeer opnieuw een klein beetje aan te haken. Met kleine stapjes zoek ik weer een plekje waar ik kan blijven staan zonder eraf te vliegen.


Gisteren ging ik voor de eerste keer opnieuw alleen naar de winkel. Na drie weken. Gewoon naar de winkel. En mogelijks kan u zich niet voorstellen waarom alleen naar de winkel gaan een uitdaging kan zijn. Wel om te beginnen word je van veel vragen en weinig antwoorden een beetje paranoia. Onder andere... De ondraaglijke onzekerheid neemt het over en zorgt ervoor dat je zoekt. Altijd en overal. Ik kan de straat niet meer op of ik ben aan het zoeken. En het maakt niet uit dat mijn verstand weet dat het een ongelofelijk klein waterkansje is hem zo te vinden. Het kan. Want niets is zeker. Helemaal niets. Dus het kan...

Daar komt dan nog eens bij dat zijn auto achter mijn hoek gevonden werd. Waarschijnlijk toeval. Niets is echter zeker. Het kan ook geen toeval zijn geweest. Mijn fantasie gaat dus af en toe zwaar uit de bocht. Wilde hij naar mij komen? Is hij hier misschien toch ergens? Zou hij op een dag aan mijn deur kunnen staan? En dan zegt mijn verstand weer bikkelhard dat dat allemaal onzin is. Dat hij hier hoogstwaarschijnlijk niet eens geweest is.
Hoe dan ook, ik moet steeds voorbij de straat waar zijn auto stond. En dan komen de tranen vaak voor ik er erg in heb. Fietsen doe ik bijgevolg niet vaak meer de laatste weken. Binnenkort ga ik verhuizen. Misschien maar goed... Langs de andere kant durf ik hier niet weggaan. Want wat als hij op een dag toch aan mijn deur zou staan en ik woon er niet meer? Weinig kans zegt mijn verstand dan, al komt dan meteen: 'Maar het zou wel kunnen...'.

Ook de berichten die we soms krijgen of horen van mensen die beweren mijn broer ergens gezien te hebben, zijn moeilijk. Je wil er zo graag in geloven... Maar als ik zelf al af en toe denk dat ik mijn broer ergens zie, dan is de kans heel groot dat iemand die hem slechts op foto gezien heeft zich vergist. Toch, dat sprankje hoop doet ergens ook goed... Want het kan.

Gisteren kon ik voor de eerste keer weer eens lachen. En dat deed deugd. Kleine stapjes. Terwijl is het ook net vreselijk moeilijk. Alsof je geen recht meer hebt op lachen. Alsof dat nooit meer gaat of mag. Want hoe kan ik lachen terwijl mijn broer misschien ergens helemaal alleen is of vecht voor zijn leven? Of al dood is... Want dat zegt mijn verstand.
Het is een gevecht met jezelf, met je verstand, met je schuldgevoel, met een mix van allerlei tegenstrijdige gevoelens, met de ondraaglijke onzekerheid... Met de vraag of hij ooit, op een dag, terug zou kunnen komen...

donderdag 28 november 2013

Mijn lieve broer...

Soms kan je wereld op een fractie van een seconde voor altijd veranderen. De telefoon gaat en de wereld stopt met draaien. Tenminste... zo lijkt het. De wereld draait wel degelijk door. Alleen voor jou niet. Het voelt alsof je met alle macht die je in je hebt aan die wereld staat te trekken. Niet vooruitgaan...

Maar alles gaat verder. Mensen zetten grappige dingen op facebook of vinden vanalles leuk, maken plannen, kortom doen wat ze altijd doen... En je begrijpt er niets van. Hoe kan dat immers? Hoe kan er iemand nog lachen?

Het enige waar ik aan kan denken is mijn broer. Mijn lieve, enthousiaste broer die altijd bezig was en wiens gsm het verlengde van zijn arm geworden was. Ik ken niemand die zo intensief en graag leefde als hij. Hij liep over van de plannen, verbouwde zijn huis, reisde de halve wereld af en tegelijk was hij er altijd als je hem echt nodig had. Als je het tenminste niet erg vond dat hij je dan tien keer belde of smste dat hij wat later zou komen of nog even eerst ergens anders langs moest of er plots, op miraculeuze wijze, toch eerder zou zijn...


Ik spreek in het verleden omdat ik niet weet hoe ik over hem moet praten in het heden. Een week geleden verdween hij. Zomaar, plots was hij weg. En wij blijven achter met duizenden vragen. Waar is hij? Wat is er gebeurd? Waarom stuurde hij niets of belde hij niet? Wordt hij ergens vastgehouden? Leeft hij nog wel?
Het is zo onwerkelijk en onrealistisch dat je fantasie alle kanten opgaat. Want je weet het gewoon niet. Als je over straat loopt zie je enkel witte auto's en mensen die op hem lijken... Flarden van gesprekken klinken als zijn naam en alles wat je ziet zou een aanwijzing kunnen zijn. Je waant je in één of andere slechte politieserie.

Het niets kunnen doen en het niet weten is ondraaglijk en ik heb me nog nooit zo machteloos gevoeld als nu... Bang zijn, kwaad, schuldgevoel, verdrietig, alles tegelijk.
En net omdat het zo irreëel is, weet niemand goed hoe te reageren. Mensen durven geen contact opnemen, terwijl dat me eigenlijk net goed doet. Een berichtje, een mailtje, iets op facebook, maakt niet uit... Het is vaak iets kleins maar wel iets wat je op zo'n moment broodnodig hebt. Dat heb ik alvast geleerd. Als je twijfelt, gewoon doen. Want voor je't weet, heb je de kans niet meer...

Ik zie je graag lieve broer!
-x-