maandag 1 juni 2015

De relativiteitstheorie

Nog twee maand. Op de kop. Tijd is relatief, want als ik 'nog twee volle maanden' zeg, dan klinkt dat nog meer dan lang genoeg . Massa's tijd om voor te bereiden, afscheid te nemen en leuke dingen te doen. Veel te ver om al af te tellen. Langs de andere kant klinkt 'nog maar twee maandjes' alsof ik dat alles al lopend en onder serieuze tijdsdruk zal moeten gedaan krijgen. Zweten en toch bijna tijd voor paniek!

En die twee kanten wisselen zich soms af met de snelheid van het licht. Wanneer er bij wijze van voorbeeld even teveel vragen komen waar ik (nog) geen antwoord op weet, dan lijkt de tijd plots immens te krimpen. Soms gaat dat echter ook zonder aanwijsbare reden. Dan sta ik op met de illusie dat ik nog zeeën van tijd heb om even later de dokter te bellen en een afspraak voor inentingen vast te leggen. Diezelfde dag nog, want ik ben bijna weg!

Overal liggen to-do lijstjes met de meest uiteenlopende opdrachten. Dat gaat van het uitmesten van de kelder en een rommelmarkt plannen tot het aankopen van reisliteratuur, wereldstekkers en een speciale toiletzak die je op kan hangen. Ik moet nog een resem inentingen krijgen, een check-up bij de tandarts vastleggen, een volmacht voor de post gaan halen, met ambassades bellen, mijn appartement 'verhuurklaar' maken. Serieus, het lijkt wel alsof er dagelijks meer to do's bij komen dan dat er verdwijnen!

Niet alleen de tijd tot mijn vertrek is relatief, ook de tijd van de trip zelf. Een jaar lijkt een eeuwigheid. Ga ik dat wel trekken zo lang? Ga ik alles en iedereen niet vreselijk missen? Maar als ik dan begin in te vullen: drie maand Botswana, paar weken Zuid-Afrika, Thailand,... dan is het plots veel te kort! Er is zoveel dat ik wil zien en waar ik naartoe wil. Tibet staat op mijn lijstje, Vietnam, Myanmar, Indonesië, Cambodja, enz. Maar eigenlijk wil ook graag naar Panama, Costa Rica, Peru en Bolivia. Of naar Nieuw-Zeeland. En daar op een paardenranch gaan werken. Zoveel dromen. Die krijg ik nooit allemaal in een jaartje gepropt!

Maar misschien moet ik mindfulnessgewijs maar gewoon terug naar nu gaan. Naar de vorming die ik morgen moet geven. Of mijn eindwerk dat ik volgende week nog officieel moet voorstellen. Naar de les schrijven donderdag en het weekendje Ardennen de dag nadien.

En wat de trip betreft. Als ik nu daar ook gewoon eens begin bij het begin?  Dan is er eerst dit:


Machaba Camp in Botswana. Ik trek naar de prachtige Okavango Delta. Naar natuur met een grote N. Ik ga olifanten, nijlpaarden en giraffen zien. Ik ga foto's trekken die zo uit een boekje komen en dat heeft dan meer te maken met het prachtige Afrika dan met mijn fotokunsten (al heb ik die zoals gezegd wel bijgeschaafd!). Misschien ga ik ook wel een slang of een schorpioen in mijn bed vinden (of ik dat nu vreselijk spannend vind of net toch een beetje eng, daar ben ik nog niet uit). Ik ga dingen zien die ik in mijn hele 34-jarige leven lang nog nooit gezien heb. Ik ga drie maand meeleven met een familie 'in the bush' in Afrika. Ik ga genieten. Zo enorm hard genieten. Eigenlijk doe ik dat nu al. Gewoon door er aan te denken en weg te dromen bij de foto's.





Want zeg nu zelf? Wie droomt hier nu niet bij weg? Tijd is relatief. Dromen, reizen en het leven in the bush zijn dat allerminst. Was het al maar twee maand verder.

woensdag 18 maart 2015

A cup of tea

Telkens weer ben ik verbaasd hoe de dagen een aaneenschakeling van ups en downs kunnen zijn. Zoals de grafiek van een hartslag. En meteen komt dan bij me op: Als er geen ups en downs zijn, ga je dan dood? Ik denk het wel. Een beetje toch.
Het kan natuurlijk ook een trucje van je hoofd zijn om de slechte dagen te tolereren. Of een drogreden die je maar al te graag wil geloven, omdat je anders stevig aan de slag moet. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe zekerder ik ben: ups en downs zijn des mensen en des leven.

Ik had een stevige 'up' tijdens mijn laatste tripje. Ik trok voor een tweede keer in twee maanden naar Engeland dankzij mijn uitgesproken talent om tickets te kopen voor een niet gepande datum. Een talent dat doorgaans voor problemen zorgt, maar af en toe gewoon extra tripjes oplevert. De geplande '2' voor de terugweg werd per ongeluk een '3' en dus stak ik in maart nog een keer het water over. Vermits ik mijn geweten een beetje moest sussen (ik ben tenslotte aan het sparen), zocht ik naar een goedkoop alternatief voor de heenweg en vond die in de vorm van een busrit. 9€ daar kan je niet voor sukkelen. Dus op een woensdagavond wandelde ik de hoek om en stapte drie straten verder de bus op. Het plan was om de volgende morgen iets voor zes in Londen van diezelfde bus te stappen.

Na een nacht in allemaal kleine stukjes gekapt, schoot ik wakker omdat de buschauffeur in een onverstaanbare taal iets door de micro mompelde waarvan ik enkel het woord 'Londen' begreep. De slaap uit mijn ogen wrijvend, zocht ik al mijn spullen bij elkaar en stapte af. De bus reed meteen weg en daar stond ik dan: slaapdronken ergens in een straat in... Londen? Het was koud en nog donker en ik was letterlijk én figuurlijk een beetje van de kaart. Automatisch begon ik te wandelen. In het begin enkel en alleen om het warm te krijgen en om 'iets te doen', want al die andere mensen leken een plan te hebben. De ene al een beter (een taxi aanhouden) als de ander (aan de overkant van de straat gaan staan). Ik had dus geen plan. Toen ik even mijn klok checkte, was ik plots klaar wakker: 4:30!!! Wàààt?! Voor die ene keer dat te laat aankomen echt helemaal niet erg zou zijn, was die rotbus meer dan een uur te vroeg. Zoals ik al zei... ik heb een talent voor van die dingen. Zucht!

De dag voordien had ik in een impuls een cursus fotografie in Londen geboekt. Ik wilde eens iets anders doen. Een uitdaging. Daar had ik op dat moment toch een ietsiepietsie klein beetje spijt van. Ik wilde maar één ding en dat was mijn bed. Uitdaging genoeg na een nacht van pakweg vier uur verdeeld in blokjes van 20 minuten. Jammer genoeg had ik met mijn gastvrouw van dienst pas om 8 uur afgesproken en ik durfde haar echt niet bellen of sms-en om half vijf 's morgens. En ook niet om half zes. Of half zeven. Het werd dus een uitgerekte 'ochtend' met ijskoude tenen, veel thee en een dubbeldekbus voor mij alleen.
Om half acht (toen durfde ik wel bellen) stond mijn gastvrouw in kamerjas voor mij en vroeg ze: 'A cup of tea?'. Met tas thee nummer vier nog voor acht uur 's morgens zat ik op de rand van het bad in een ijdele poging om mijn voeten te ontdooien. En na een verlangende blik op het heerlijk zachte bed, trok ik mijn stoute schoenen aan en trotseerde ik opnieuw de Londense wirwar van Harry Potter-bussen en 'muggles'.
'Where ever you need to be in London, it always takes one hour.' wist de vrouw in kamerjas. Dus een uur voor de start van de cursus was ik onderweg. Ze had overschot aan gelijk, want ondanks mijn onfeilbaar innerlijk compas, stond ik een uur later nog naar een onduidelijk kaartje te staren. Met een kleine vertraging en een hulplijn, kwam ik nog net voor het academische kwartiertje ten einde was aan in de klas.

'Sofie from Belgium, you made it! A cup of tea?' verwelkomde de leraar mij vrolijk en enthousiast. Ik had geluk, want dat enthousiasme zorgde ervoor dat ik veel bijleerde én er zonder enig probleem in slaagde wakker te blijven gedurende de volgende 7 uur. Ik sloot de les op het feedbackpapier dan ook met diezelfde woorden af en schreef er nog bij dat ik ook wel graag in Londen zelf foto's was gaan trekken, want we zaten wat buiten het centrum en ik moest toch een beetje kritisch zijn? Diezelfde avond nog kreeg ik een berichtje van de enthousiaste leraar himself om me te bedanken dat ik niet in slaap gevallen was en hij stelde meteen voor om dan maar eens foto's in Londen te gaan trekken. Of in Brussel. Blijkbaar was ook ik enthousiast geweest...


Het was een 'up'. Een lange en fijne 'up'. En dat troost me tijdens de huidige 'down-daagjes' en geeft me het vertrouwen dat vroeg of laat de volgende up weer voor de deur zal staan. Want ups en downs, zo gaat dat. Die horen bij het leven als 'a cup of tea' bij Londen.

woensdag 18 februari 2015

Post voor het hiernamaals...

Zou er iemand zijn, die achter zijn bureau zit en zich dagelijks buigt over het scenario van ons leven? En zou er dan ooit een vacature voor zijn functie uitgeschreven zijn? Gezocht: m/v met een vlotte pen, een wispelturig en eerder zwaarmoedig karakter en een ongebreidelde fantasie die niet gespeend is van enige vorm van empathie. Verder verwachten we dat u willekeur, onvoorspelbaarheid en ironie hoog in het vaandel draagt.

De ene dag vertel ik mijn therapeute dat het eigenlijk goed met me gaat. Ik vertel haar over mijn reisplannen en merk bij mezelf dat ik weer meer energie heb. Wanneer ik buiten kom, is mijn fiets gestolen. Wat een flauwe plottwist.
Wat later maak ik afspraken met mezelf. Ik ga me niet laten bepalen door die wispelturigheid van u, meneer de scenarioschrijver. U wist dat mijn fiets me dierbaarder was dan pakweg mijn tablet of andere materiële dingen, dat het mijn vrijheid was en dat ik er oprecht aan gehecht was. Nee, ik besluit dat ik het heft in eigen handen neem en mijn eigen scenario ga schrijven. Ik beslis de wijde wereld in te trekken en we zien wel wat er gaat komen. Dat schrijf ik zelf wel verder!

Kwam ik teveel in uw vaarwater meneer de scenarioschrijver? Voelde u de concurrentie?

Telefoon. Tante Jaja is gestorven. Zomaar ineens. Ik begrijp er niets van... Met tranen en comfort food zat ik maandag in de zetel. Tranen van spijt omdat ik je nog zoveel wilde zeggen, tranen die niet kunnen vatten dat je er niet meer bent. Tranen om mooie herinneringen van scrabble en kaartspelletjes, bloemen, rollerblades, mailtjes en facebook. Bij scrabble nam je het niet zo nauw met de regels (deed je dat eigenlijk ooit wel?). Als je't zelf een woord vond, was het prima! Lien en ik noemden je vroeger tante Roosje en wij werden Margriet en Flora. Namen veranderen dat mag als je met bloemen werkt. Je leerde ons de fijne knepen van het 'bloemschikvak' en ook kaartspelen kregen we snel onder de knie. Op een familiefeest trok je zelfs ooit onze rollerblades aan met grote hilariteit als gevolg.
Je had een 'je m'en fous'-gehalte waar ik grote fan van was, een gezonde portie humor en een interesse in alles wat je niet kende. Facebook was daar een voorbeeld van, want hoeveel 87-jarigen kunnen zeggen dat ze een facebookprofiel hebben? Ook mijn blog volgde je op de voet. Dagelijks checkte je of ik iets geschreven had en als het te lang duurde kreeg ik steevast een mailtje: 'Hoe zit het, Sofie?'. Je vergat geen enkele verjaardag, meer nog, je was meestal te vroeg. Misschien had je het concept 'mail' toch niet helemaal mee? Jij was vaak mijn motivatie om weer te schrijven, ook als dat moeilijk was door Jelle en dankzij jou startte ik een schrijfcursus. Je had me immers gezegd: 'Ik wil uw boek nog kunnen lezen voor ik sterf'.

Slik. Daar is die ironie weer.

Verdekke meneer de scenarioschrijver, waarom? Was uw eigen scenario wat in het slob geraakt? Of zit u zelf met een burn-out? Waarom liet u iemand kanker overwinnen om haar dan zo plots weg te trekken?
Ik had je nog zoveel te zeggen. Hoe komt dat toch? Dat de tijd je telkens weer schijnt in te halen? Ik wilde nog eens komen scrabbelen. Je moest het allereerste exemplaar van mijn boek krijgen. Wat een cliffhangers en wat een rollercoaster.


Lieve tante Jaja, doe oma de groeten en Jelle als hij daar is. Het ga je goed... Je zult gemist worden en ik koester de mooie herinneringen aan jou. Nu nog even met tranen en spijt als het niet geeft. En dat boek, als het er ooit komt, dan stuur ik wel een exemplaartje op. In mijn scenario kan dat.

zondag 15 februari 2015

All things are possible

De zon scheen en ik wandelde vanmiddag met een boekje door de straten van Antwerpen-Noord op zoek naar een geschikte bank of stoel om gewoon te genieten van dat zondagsgevoel mét zon.

Het was gisteren laat dankzij weer een prachtige MartHa!tentatief-avond. Ik wist deze keer van niets en was dus aangenaam verrast toen Wim Helsen Johan Petit bleek te vervoegen in een zoektocht naar dé grootste wijsheid van allemaal. Ze battelden met wijsheden en woorden en dankzij de interactie met het publiek én de aanvulligen door enkelen van hen, werd er echt iets nieuws en mooi gecreëerd. Ik ben dus absoluut aangenaam verrast, maar ik heb mezelf wel teleurgesteld. Er werd namelijk gevraagd aan mensen uit het publiek om te vertellen wat een bepaalde wijsheid voor hen betekent. Ik had eigenlijk heel graag verteld over 'all things are possible' omdat het voor mij oprecht een waarheid als een koe is. Een waarheid die me zelfs recht houdt af en toe. 'When nothing is sure, everything is possible' is lang mijn persoonlijke mantra geweest. Een mantra die mijn broer levend hield. Die mij in leven hield. Die me toestond weer te lachen en naar avonden zoals deze te gaan. Maar ik twijfelde en dat deed me de das om. Ik was te laat. Bij deze een plechtige belofte aan mezelf: de volgende keer dat ik twijfel, ga ik er gewoon voor enne... all things are possible, op een dag sta ik nog wel eens op het podium van den Bourla (of ergens anders)...

Maar dus, met een boek en dat gevoel van spijt onder mijn arm liep ik door het park. En ik bedacht me dat ik niet zo streng voor mezelf moest zijn. Durven kent vele gezichten en ik toonde alvast dat ik durf heb met een mooie illustratie van de huidige wijsheid der wijsheden 'all things are possible': ik besliste niet alleen om te gaan reizen (zie hier), ik besliste om er een jaar op uit te trekken. Op mijn eentje. De grote, wijde wereld in.

Waar ik precies naartoe ga en wanneer ik exact vertrek ligt nog niet vast, maar nog dit jaar vertrek ik. En ik denk niet dat ik ooit al zo zeker geweest ben van iets als van deze beslissing. Alle angst, alle redenen om het niet te doen, alle obstakels lijken miraculeus verdwenen te zijn. Zoals vandaag de winter. En dus hoorde ik mezelf even later in het zonnetje met mijn boek aan iedereen die het horen wilde, vertellen dat ik zou vertrekken. Ik durfde dan misschien nog net niet het podium opstappen, de wijde wereld instappen, daar ben ik helemaal klaar voor!

woensdag 14 januari 2015

Een sprong in het diepe...

Ik hakte de knoop in mijn hoofd door. De knoop die er al zit zo lang ik me kan herinneren. Als kind al smeekte ik mijn ouders om me een jaar met AFS naar het buitenland te laten gaan. Tevergeefs. Wat later als student reisde ik naar Zweden waar ik enkele weken les volgde, volgde ik congressen in Turkije en Portugal en woonde ik een half jaar in Finland en dat was allemaal fantastisch en smaakte naar meer. Ik leerde mensen van over de hele wereld kennen en ik bleef reizen. Ik trok richting Rusland, Noorwegen, Malta, Griekenland, Italië, Spanje, Mexico, Belize, Guatemala, Egypte, Tunesië, Zwitserland, Polen, Engeland, Frankrijk, Denemarken en nog veel meer. Maar jammer genoeg meestal veel te korte reizen. Ik wilde nooit terug.

Toch bleek de stap om echt alleen te reizen groot. Een korte citytrip dat lukte me nog wel alleen, maar echt een lange periode boezemde me toch ergens angst in. Zou ik dat wel leuk vinden alleen? Wat als er iets gebeurde? Kon ik mezelf wel aan zo lang? Dus ik bleef dromen en halfslachtige plannen maken. Er waren ook telkens redenen om het niet te doen. Soms goede redenen, maar vaak ook onzin. Zo van die redenen die er zijn telkens als je iets nieuws, anders of onverwacht tegen komt. Zo fietste ik enkele dagen geleden na het werk voorbij Wagamama. Als ik nu eens gewoon hier ga eten? Nu. Alleen. Impulsief. En meteen popte er allerlei redenen in mijn hoofd om dat niet te doen. Thuis eten was goedkoper. Alleen is toch maar alleen. Beter een andere keer en dan ook een film kijken.

Ja, ik kan best irritant zijn.

Ook bedacht ik me dat ik vier jaar geleden een opleiding gestart ben en toen twijfelde. Zou ik dat nu wel doen? Dat wil zeggen dat ik vier jaar geen lange reis kan maken of enkel in de grote vakantie. En ook dat als ik in die vier jaar iemand tegen kwam en aan kinderen wilde beginnen ik een probleem had. Uiteindelijk was ik al wel 30 en dus kinderen zou niet meer zo lang duren, toch?
Plots moest ik 34 kaarsjes uitblazen en er waren geen kinderen of man om mee te blazen. In mijn reispaspoort zijn er geen stempels bij gekomen. En in juni studeer ik af.

Slik. Confronterend.

En ok, ik mag niet te streng zijn voor mezelf. De laatste jaren zijn niet makkelijk geweest en af en toe waren er daardoor hele goede redenen om niet te vertrekken. Het was toen ook niet goed geweest mocht ik dat wel gedaan hebben. Maar los daarvan bleken die twee dingen een beetje een wake up call. Ik blokkeer gewoon mezelf.

Eigenlijk is het grappig. Ik geef al jaren vorming over motiverende gespreksvoering. Over hoe moeilijk het is voor mensen om te veranderen en hoe je dat dan kan aanpakken, wat je moet zeggen of doen. Mensen motiveren is dan ook een deel van mijn job en ik hoor mezelf geregeld iets zeggen waarbij dan een klein stemmetje achter in mijn hoofd begint te grinniken. Jep, way to go Columbus! Misschien moet je die dingen eens tegen jezelf zeggen?
Uiteindelijk deed ik dat en hakte ik die oude knoop door!


Ik kocht wat leesvoer en sletsen, maakte een afspraak om mijn reispas te verlengen, surfte het internet af op zoek naar tips, ideeën, tickets en startte met het inlichten van mijn omgeving. Hier. Nu zo. En nu kan ik niet meer terug. Gelukkig maar.

woensdag 24 december 2014

Met of zonder schmink...

Vijf maand geleden dat ik hier de laatste keer iets schreef. Het bleef stil om allerlei redenen, maar vooral om dezelfde reden die ik eerder al eens beschreef (zie mooi).
Afgelopen weekend was ik op de boekvoorstelling van een vriend. Hij heeft ook een blog en ik weet niet of hij het weet, maar hij was ooit, lang geleden, mijn duwtje in de rug om deze blog te starten. En zonder die intentie was hij dat nu opnieuw.
Want ja, het is nog steeds lastig en ja, ik mis mijn broer nog steeds. Daar sta ik nog steeds elke dag mee op en ik ga er ook elke dag weer mee slapen. Zeker op dagen zoals vandaag. Dan wou ik dat hij en zijn bulderende lach hier mee aan tafel konden zitten. Dat we weer konden lachen met zijn 'ik-verzin-ter-plekke-wel-een-nieuwjaarsbrief' of dat hij nog eens tevergeefs zou proberen mij dronken te krijgen... Ja, ik mis hem meer dan ik kan zeggen.
Maar ik mis het schrijven ook. Mijn uitlaatklep. Dus ik schrijf en denk aan mijn broer zodat hij er ook nu een beetje bij is. Waar ik ook over schrijf...


Het duwtje in mijn rug dus, de boekvoorstelling afgelopen zondag. Ik keek er tegenop om te gaan. Zoals steeds probeerde ik mezelf ervan te overtuigen dat het beter was als ik gewoon thuis zou blijven. Ik zou me toch niet amuseren. Niemand zou me missen. Het zou toch maar lastig zijn en dan hadden anderen niets aan mij. Deze keer kreeg ik mezelf niet overtuigd. Integendeel. Ik was streng voor mezelf, belde een hulplijn (die eveneens niet op de hoogte was van die functie) en besliste om iets te doen wat ik al langer dan een jaar niet meer gedaan had. Ik deed mijn best mijn om er goed uit te zien: een kleedje, hakken en jawel... een beetje stiekeme schmink. Volgens Wikipedia 'een stof die men gebruikt om zichzelf er anders uit te laten zien dan men is'. Voor deze ene keer vond ik dat prima.

Ik trok mijn stoute hakken aan en even later stapte ik een afgeladen vol café binnen met een piepklein hartje en vol overgave op de uitkijk naar bekend volk dat even als veilige haven kon dienen.

De avond is prima verlopen. Ik ben zelfs lang gebleven en heb me niet verplicht gevoeld om dat te doen. Het heeft me goed gedaan. Ik heb me er 'op mijn plek' gevoeld. En dat is tegenwoordig heel wat. Het heeft me vooral ook moed en zin gegeven om weer te gaan schrijven. Zo'n boek, dat wilde ik stiekem ook wel. Toen een andere vriend me vroeg wanneer mijn boek eraan kwam, was ik blij dat de schmink er was. Undercover kon ik best enthousiast zijn over schrijven, maar geloven dat ik echt ook ooit een boek zou kunnen schrijven.... Zo ver was ik nog niet.

Ik kon zijn boek niet mee naar huis nemen. Er waren er te weinig geleverd, maar hij beloofde iedereen plechtig dat hij ze eigenhandig aan huis zou komen leveren. En dat deed hij. Twee dagen later ging de bel.
'De postbode met een pakje voor Sofie Leemans.'
Toen vandaag de bel opnieuw ging en identiek dezelfde boodschap door de parlofoon klonk, antwoordde ik dus meteen enthousiast 'weeral?', waarop een droge 'ja...' volgde en ik nieuwsgierig en vrolijk de trap af denderde. Nog een boek?
Dit keer was het echter écht de postbode. Hij had gewoon plagiaat gepleegd en mij (eveneens zonder daarvan op de hoogte te zijn) erin geluisd. Hij vroeg me te tekenen en keek me een beetje argwanend aan. Zou ik al dronken zijn zo vroeg op de dag? En het was nog niet eens kerstmis.
Ik kon het niet laten en schoot in de lach terwijl ik een scheve handtekening neerpende en het pakje van hem aannam. Toen ik al lachend weer naar boven wandelde, bedacht ik me dat het hoog tijd was om weer te gaan schrijven. Want met of zonder schmink, schrijven, dat is definitely iets van mij!

donderdag 24 juli 2014

Ik mis je, broer...

De afgelopen weken ben ik een beetje gaan lopen. Letterlijk, maar achteraf gezien ook figuurlijk. Ik trok naar Malaga, Lissabon, Genève en Venetië. Steeds korte citytripjes, er even tussenuit. Soms alleen, soms niet. En dat alles in de wetenschap dat mijn broer grote fan was van citytrips, reizen, genieten, leven... 

Ik besliste hetzelfde te doen: maximaal leven, alles eruit halen! Dat ging zelfs een keer meer dan maximaal, want in Lissabon bleek onze vlucht gecanceld en konden we dus pas een dag later naar huis vliegen. Ach ja...
Volop genieten dat deed ik! Van de zon, lekker eten, fijne bezigheden en leuk gezelschap. Ik denk zelfs dat ik zo vastbesloten was, dat ik pas later merkte dat ik eigenlijk lang niet altijd zo genoot. Ik legde het mezelf vooral op. Als een soort mantra in mijn hoofd om het verdriet niet te voelen. Ik mòest genieten, verder gaan, er niet aan denken... 

Geregeld ging het echter anders. En dat kon ik maar moeilijk aan mezelf toegeven. Of aan mijn compagnon als die erbij was. Ik ben namelijk een krak in doen alsof alles prima is. Eén van mijn specialiteiten... Maar geregeld betrapte ik mezelf erop dat ik ergens rond liep als een volbloed toerist, terwijl ik eigenlijk veel liever simpelweg een aflevering van 'Borgen' wilde kijken in de zetel van het appartementje daar. Maar ja, dat kan je natuurlijk niet maken...


Behalve in Genève. Daar kon ik dat wel. Ik bezocht een vriend, wiens energiepeil ook op een historisch dieptepunt stond. Goede match. Wat uitslapen, voetbal kijken (ja echt, geleerd in Genève en nadien overtuigde 'Duivelssupporter' geworden!), ontbijten om twee uur middags op het strand, een 'pizza-picknick' aan de rand van het meer en enkele cocktails did the trick. Dat had ik nodig. Rust, gewoon niks doen. En liefst niet alleen, maar met iemand in de buurt.

Een mens doet echter soms gekke dingen als hij de weg kwijt is... In de 'rustroes' die ik in Genève gevonden had, belandde ik plots in een nogal gevaarlijke situatie toen mijn vriend ginder aan het werk was. Voor ik het goed en wel doorhad, zat ik met een drankje in de living van een onbekende Fransman. Alleen en niemand wist waar ik was. Met inbegrip van mezelf... Toen het tot me doordrong in wat voor een situatie ik me bevond, ben ik ook meteen weg gegaan. Gelukkig ging dat zonder problemen, maar het bleek wel een beetje een wake-up call. Mijn vriend reageerde heel ongerust (terecht!) en ik was er zelf ook niet goed van. In tranen ben ik weer naar huis vertrokken.
Eigenlijk was de balans simpelweg doorgeslagen. Geen drempels of grenzen meer. Geen radar voor gevaar. Gewoon impulsief doen waar je zin in hebt. Al hadden de tranen ook wel te maken met de wetenschap dat ik weer naar de realiteit moest, terwijl ik gewoon daar wilde blijven. In Genève, waar ik alles even echt had kunnen lossen...

Acht maanden verder en ik weet nog steeds niet wat er met mijn broer gebeurd is. De paar uren die je normaal gesproken nodig hebt om te beseffen dat iemand die je graag ziet niet meer leeft, duren bij ons al acht maanden. Je zou van minder de weg kwijt raken... Een rouwproces kan je niet starten, want je weet nog steeds niet of hij echt dood is. Er is geen lichaam, geen verhaal, geen afscheid. Het enige waar ik wel over kan rouwen is de wetenschap dat niets nog ooit zal zijn zoals het was. Want dat is meer dan duidelijk.
Het grote verdriet voor mijn broer, die hoogstwaarschijnlijk gestorven is, voel ik nu pas af en toe. Dan overspoelt het mij in alle hevigheid. Zo ook op het werk vorige week. Heel lastig, maar ook dat is de realiteit. Gelukkig heb ik fijne collega's met overschot aan begrip... Dat scheelt.

Nu zit ik thuis en dat is ok. Ik ben vaak alleen en heel veel heb ik nog niet ondernomen, maar ook dat is ok. Wat ik wel doe gaat meestal prima en ik kan best nog wel lachen of genieten van iets. En ja, soms zijn er enkel donkere wolken in mijn hoofd en regent het uit mijn ogen... Dan mis ik hem plots zo erg dat het pijn doet. Ook dat is ok.
Ik ben nog steeds slecht in vertellen dat het niet zo goed gaat met mij. Dit is dan mijn manier. Ook hulp vragen heb ik nog niet helemaal onder de knie. Maar af en toe lukt het al wel een keer. En dat is goed. Een klein stapje verder. 
Ik voel me wel geregeld heel erg alleen en mensen zeggen dan: 'Geef maar een seintje als ik iets kan doen.'. Heel lief, maar laat het nu net datgene zijn wat dan zo moeilijk is. Je wil wel, maar die stap is vaak net nog te groot.
Ook 'sterkte' kreeg ik vaak te horen. Terwijl ik eigenlijk net niet meer sterk wil zijn. Ik merk bij mezelf dat ik tegen andere mensen nooit meer 'sterkte' zeg als hen iets overkomen is. Omdat ik hen net toewens dat ze verdrietig kunnen zijn, dat ze het moeilijk mogen hebben, dat er mensen rondom hen zijn die sterk zijn om hen op te vangen. En dat ze op een 'weglooptripje' ergens ver weg gewoon naar 'Borgen' durven kijken omdat dat helemaal ok is...